- Nieuws
- Collectie
- Publicaties
- Werkgroepen
- Jeugd
- Wetenschapsplatform
- KZGW
Lees meer
over dit object uit onze verzameling
Voor de verdediging van en ordehandhaving binnen de stad Veere waren in het verleden drie schuttersgilden verantwoordelijk: het handboog- of St. Sebastiaansgilde, het voetboog-, later kolveniersgilde en het kruisboog- of St. Jorisgilde. In de stadsrekeningen van 1417 worden al schuttersgilden vermeld. Van het St. Jorisgilde zijn er reglementen bekend uit het jaar 1440, en wordt daarmee beschouwd als het oudste Veerse schuttersgilde. Hun schuttershof stond net buiten de Warwijkse poort. Van dit gilde zijn de rekeningboeken bewaard gebleven, en vormen een belangrijke bron voor de geschiedschrijving.
Zoals bij alle gilden gebruikelijk was, werd bij een begrafenis van een van de schutters iedereen opgeroepen daarbij aanwezig te zijn en respect te tonen, dit op straffe van een boete bij ongeoorloofd verzuim. Vanaf de zestiende eeuw was het gebruik van gildepenningen als controlemiddel daarbij in zwang gekomen. De Veerse schuttersgilden voerden dit gebruik vrij laat in, de Middelburgse gilden hadden in de zestiende en zeventiende eeuw al geïnvesteerd in prachtig vormgegeven messing penningen (zie het bericht van 18 juni). Het Veerse St. Jorisgilde gaf echter pas in 1718 opdracht aan Willem du Prée voor het maken van een stempel om de penningen te slaan voor een bedrag van £ 4 : 10 Vlaams. De tinnegieter Nicolaas Jorgsma leverde vervolgens 60 stuks penningen geslagen met dit stempel af voor het bedrag van £ 1 : 2 : 6 Vlaams.
Van het handbooggilde en het kolveniersgilde uit Veere bezit het KZGW de penningen (GM0892 en GM0893). De penning van het St. Jorisgilde ontbrak echter. In dit manco is nu voorzien door een recente aankoop.
Bron: M.G.A. de Man, ‘Schutterspenningen van Vere’, Tijdschrift van het Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Munt- en Penningkunde, 1909, p. 9
