- Nieuws
- Collectie
- Publicaties
- Werkgroepen
- Jeugd
- Wetenschapsplatform
- KZGW
Nu eenmaal duidelijk is dat Baarland beschikte over een rederijkerskamer, lijkt het of we met een groeigemeente te maken hebben, want er zijn alweer nieuwe vondsten gemeld vanuit de Projectgroep Rederijkers Zeeland. Naast de reeds bekende gegevens van 1582-1598[1] kunnen we nu een deel van de 17e eeuw bijschrijven. Eveneens zal aandacht besteed worden aan de achtergrond die in al die jaren het decor vormde waartoe de rederijkers van Baarland en de regio zich te verhouden hadden.
De nieuwe aanwinsten zijn aangetroffen in de parochie-rekeningen van ‘Baerlandt’ en ‘Baeckendorp’. [2] De meeste katernen van deze rekeningen zijn eenvoudig uitgevoerd met uitzondering van de prachtige kalligrafische afbeelding hiernaast. De rekeningen bestaan uit eerst de inkomsten met daarna de uitgaven er tegenover.
De jaren die met zekerheid over de rederijkers gaan, omvatten de periode van 1644-1686. Centraal daarbij staat een jaarlijkse vaste heffing, de zogenaamde recognitie, die aan een aantal gilden werd opgelegd. De betaling geschiedde in de regel per drie jaren.
Tussen de laatste rederijkersvermelding van 1598 en de nieuwe vanaf 1644 zit een flink hiaat, dus zoek je naar aansluiting tussen die jaren. De eerste rekening die iets bruikbaars oplevert gaat over de jaren 1630-1632 en maakt melding van de ontvangst van de Reeconijty (recognitie) van de gilden voor een bedrag van 1 schelling en 7 deniers of grooten. Om welke gilden het gaat, blijft echter ongenoemd.
Duidelijkheid ontstaat pas een decennium later bij de rekening over de jaren 1644 & 1645[3]:
Anderen Ontfanck van Gilden ende
anders die by de Ambachs
Heeren syn afgeschaft ende geordonneert
Tot profyte vande prochien als volcht
Ontfanghen vande Gilden nome Retoryca
2 £ 3 sch.gr. t’siaers beenhouwers gilde
1 £ t’siaers de kleermakers ende
weevers 13 sch. 4 d. t’siaers comt
over de Jaren 1644 ende 1645 £ 7-13-4d
Er zijn drie zaken die opvallen: het te betalen bedrag is toegenomen, de gilden worden gespecificeerd en ten slotte blijkt dat de gilden door de ambachtsheren zijn afgeschaft. In het begin van de 17e eeuw was de ambachtsheerlijkheid (Baarland, Bakendorp en Oudelande) volledig in handen van het geslacht Van Baarland,[4] maar kennelijk werden de gilden gedoogd als er maar betaald werd. De rederijkers, beenhouwers, kleermakers en wevers staan in een post bij elkaar. Zijn alleen deze gilden afgeschaft of waren er niet meer? De betaling door de rederijkers bedroeg 2 pond en 3 schellingen grooten per jaar.
Ook over de jaren 1650, 1651 en 1652[5] staat opnieuw beschreven dat de gilden zijn afgeschaft door de ambachtsheren. Het gaat daarbij om dezelfde gilden en de betaling door de rederijkers is 2 pond, 3 schellingen en 4 deniers (grooten) per jaar. Dan blijkt dat ook de schuttersgilden een betaling verschuldigd waren: de handboogschutters met terugwerkende kracht vanaf 1645 en de kruisboogschutters zelfs vanaf 1638.
In de volgende twee rekeningen van 1653-1655[6] en 1655-1658[7] hebben de rederijkers opnieuw 2 pond, 3 schellingen en 4 deniers (grooten) afgerekend. Het gaat om dezelfde gilden, maar bij die van 1656-1658 wordt het weversgilde niet langer vermeld; de schuttersgilden rekenen dan af over de jaren 1653-1658. [8] Over de jaren 1659-1661 betalen de rederijkers nog steeds hetzelfde; ze staan nu alleen nog samen met de kleermakers genoemd. In de laatste rekening over de jaren 1684-1686[9] wordt nog steeds hetzelfde bedrag afgerekend met meester de Vos. Over de jaren 1662-1883 zijn geen gegevens overgeleverd, maar het is aannemelijk dat het rederijkersgilde er toen ook nog was.
Samenvattend kunnen we drie perioden onderscheiden: 1582-1598, 1644-1661 en 1684-1686. We zien hiaten in de eerste vier decennia van de zeventiende eeuw en in de twee decennia tussen 1660 en 1680. Dit leidt tot een aantal vragen. Hebben we bij alle bekende vermeldingen te maken met dezelfde rederijkerskamer of gaat het om opnieuw opgerichte kamers? En waarom treffen we nooit vermeldingen van Baarland als het gaat om contacten met andere kamers? Wat hielden de activiteiten in van de Baarlandse rederijkers? Waren die er eigenlijk wel? Waarom is Baarland zo onzichtbaar? Kortom: waarom weten we zo weinig over dit rederijkersgilde? [10]
Het is de vraag of we een afdoend antwoord zullen vinden op die vragen. Het is de periode van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) met daarin het Twaalfjarige Bestand (1609-1621). Daarnaast is het in ieder geval een feit dat er flink wat beroering was op Zuid-Beveland, dus ook in Baarland, al voorafgaand, maar ook na de ons bekende rederijkersjaren. De strijd werd (eigenlijk over een breed front) steeds gestreden door de predikanten in Zuid-Beveland, die zich verzetten tegen de rederijkerskamers en de gilden, in feite tegen alles wat paaps (katholiek) was. Hierna volgt een overzicht van de situatie in Baarland.
Baarland
Het keerpunt kwam in 1578 met de benoeming van de eerste predikant Arnoldus Wiels: ‘ziende dat hij in die gemeente geen vrucht deed, maar als op eene steenrots zaaide’, verzocht hij zelf de classis om ontslagen te worden. De moeilijkheden bleven onvermeld. De classis reageerde dat hij ‘zijn ambt en zijne gemeente met geduld zoude bedienen, verwachtende dezen segen des Heeren, aangezien een Dienaar van zijne gemeente zo ligtelijk niet moge gescheiden worden.’ De kerk van Baarland ontsloeg hem echter en Wiels mocht weg van de classis nadat er een opvolger was gevonden. [11] Het was trouwens de ambachtsheer die hierbij de dienst uitmaakte. Zo was de benoeming van Johannes Regius op 16 april 1629 met instemming van de ambachtsheer Mr. Jan van Baarland. De vergaderingen van de classis werden gehouden bij toerbeurt, zodat Baarland elke 6 jaar aan de beurt was.
Door de kerkenraad van Baarland werd op 23 september 1670 bij de Classis ‘eene klacht ingediend, dat door de R.Katholieken hier groote toebereidselen worden gemaakt tot het Rhetorijkspelen, ten gevolge waarvan door Gecommitteerde Raden van Zeeland den stadhouder gelast wordt het Rhetoryk spelen alhier te beletten.’ [12]
Op 7 juli 1700 doet dominee Jacobus Haijman van Baarland zijn ‘beklag over het doorbrekend ringrijden, vogelschieten en wat meer door de herbergiers bedacht wordt om volk te lokken. Zoo ook over het vlijtig onderhouden der kermissen, het wellustig vieren der Paapsche gilden, het ongebonden Rhetorijkspelen en dergelijke zeer verleidende werken des vleesches, die nu wedermeer kwamen toe te nemen.’ [13] Kennelijk waren de rederijkers in Baarland nog steeds actief. Verder valt op dat de informatie uit de predikantenlijst van Baarland niet samenvalt met de jaartallen van de rederijkersvermeldingen. Dat versterkt het vermoeden dat er in die tussenliggende jaren ook rederijkers actief zijn geweest in Baarland. Met het voorafgaande is het bewijs geleverd dat er naast de periode 1582-1598 ook rederijkers actief waren in Baarland gedurende de jaren 1644-1661 en 1684-1687. Voorts zijn er door de klachten van de verschillende predikanten bij de classis aanwijzingen dat ze ook aanwezig waren buiten deze jaren.
Tenslotte rijst de vraag op of er bij de andere plaatsen op Zuid-Beveland soortgelijke ontwikkelingen hebben plaatsgevonden als in Baarland, dat wil zeggen: of de rederijkers daar net zo onder vuur hebben gelegen bij hun lokale predikanten. Daarover gaat een volgend blog.
Jan van Loo,
14 juni 2025
[2] Er is gebruik gemaakt van de ‘Rekeningen van inkomsten en uitgaven van de heerlijkheid Baarland, 1621-1719’, inv. nrs. 459-465, te raadplegen in het archief van de gemeente Borsele te Heinkenszand.
[3] Inv.nr. 461, f. 2v.
[4] L.J. Moerland, Inventaris van het archief van de gemeente Baarland, 1621-1969, Heinkenszand 2004, 2.
[5] Inv.nr. 462, f. 4r.
[6] Inv.nr. 463, f. 2v.
[7] Inv.nr. 464, f. 2v.
[8] Inv.nr. 465, f. 2v.
[9] Inv.nr. 467, ff. 6v, 7v en 8v.
[10] Baarland ontbreekt ook in het boek van Arjan van Dixhoorn, Lustige Geesten. Rederijkers in de Noordelijke Nederlanden (1480-1650), Amsterdam 2009. De enige bij wie ik een melding aantrof van een rederijkerskamer in Baarland, was Herbert Mouwen († 2023) in een concepttekst van zijn onderzoek naar de toneelrollen van ’s-Gravenpolder. Desgevraagd kon hij de bron echter niet meer terugvinden.
[11] Maarten van der Vlugt, Predikantenlijst van Baarland – Predikanten en geschiedkundige beschrijving van de Hervormde Gemeente te Baarland [ca. 1910], ff. 6v-7r. Te raadplegen in de ZB, hs. 6018 of online, eigendom van het KZGW; J.P. van Dooren (red.), De nationale synode te Middelburg in 1581. Calvinisme in opbouw in de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden, Middelburg 1981, 230-231.
[12] Van der Vlugt, Predikantenlijst van Baarland, ff2rv.
[13] Ibidem, f. 2v.
Via de nieuwsbrief van het KZGW blijft u altijd op de hoogte van de berichten van Rederijkers Zeeland. Ook zonder lid te zijn van het KZGW kunt u zich via deze link voor de nieuwsbrief inschrijven.