- Nieuws
- Collectie
- Publicaties
- Werkgroepen
- Jeugd
- Wetenschapsplatform
- KZGW
In blog 111 zijn de rederijkers van Baarland besproken. Daarbij is onder andere gebruik gemaakt van de predikantenlijst van Baarland. Veel van deze lijsten van plaatsen in Zeeland zijn gemaakt door Maarten van der Vlugt (1844-1911). Zij bevatten naast de informatie over de predikanten ook gegevens over de lokale kerk of informatie uit de notulen van de classis.[1] Het voordeel van Van der Vlugt was dat hij over informatie kon beschikken, die voor ons verloren is gegaan. Veel gegevens blijken afkomstig uit kerkenraadsnotulen en uit notulen van de classis. Gelukkig zijn er ook nog genoeg andere bronnen waaruit we kunnen putten, zoals blijkt uit het volgende overzicht van Zuid-Beveland.[2]
Zeeland algemeen
In 1583 publiceerde de prins van Oranje op advies van de Staten van Holland en Zeeland een ordonnantie op de openbare orde waarin ook een verbod op publieke toneelspelen was opgenomen. Daarna werd de druk in Den Haag verder opgevoerd.[3] In 1608 werd bijvoorbeeld een boete uitgedeeld van 40 pond voor het dragen van zotskappen.[4]

ZA, 293 Atlassen Hattinga, nr. 123, circa 1750; 1632. Blad [2]. Nova Totius Zuydtbevelandiae Delineatio.
‘s-Gravenpolder
In 1669 was het de kerkenraad van ’s-Gravenpolder, die klaagde dat door die ‘openbare rhetorijckspeelen veele geergert ende geschandaliseert’ werden. De raad stelde voor dat ‘de rhetorijk ende commediespeelen ende andere insolentien bij publijke publijkatie sullen werden verboden ende de heeren staten placcaet dienaengaende geexecuteert’.[5] Een en ander haalde weinig uit, want in 1671 waren De Fiolieren in de kerkenraad opnieuw onderwerp van gesprek in de vergadering. Deze keer hielden de rederijkers zich volgens de notulen bezig ‘met het oefenen in een bijgelovige en afgodische dienst, zoals het spelen van Rethorica.’ ‘Ook het ontheiligen van de zondag door het kaatsen, het bollen en dergelijke spelen’ wekte in ’s-Gravenpolder verontwaardiging.[6] In 1673 kwamen de rederijkers van De Fiolieren opnieuw in opspraak omdat ze in een ‘paapse’ herberg luidruchtig voor het raam zaten te drinken.[7]
In 1711 zorgden de rederijkers van De Fiolieren opnieuw voor commotie door met een beeld van Sint Barbara, de beschermheilige van de kamer, door het dorp te sjouwen. Mogelijk was dit het blazoen of het vaandel met daarop de beeltenis van Sinte Barbara en de zinspreuk van de kamer. Die rondgang kreeg nog een staartje in de Zeeuwse politiek. De raadpensionaris van Zeeland maakte in de vergadering van de Staten van 31december 1711 bekend dat het beeld van St. Barbara op tweede pinksterdag was rondgedragen en dat de rentmeester Bewesterschelde, Hendrik Thibaut, van “slappigheijt” had blijk gegeven hiertegen niet op te treden. Ook de ambachtsheer, David van der Nisse, kreeg kritiek te verduren.[8] Het gevolg van de actie van De Fiolieren was, dat op diezelfde 31 december 1711 namens de Staten van Zeeland een vernieuwd plakkaat werd uitgevaardigd om alle Rethorijkspelen voortaan te verbieden.
Het ronddragen van Sint Barbara werd beschouwd als een actie dat de rederijkers ‘nu wederom besigh soude zijn, te ondernemen omme aldaar op ’s Gravenpolder de Rethorijkspeelen te vernieuwen, op den sesden de aenstaande maent January [Driekoningen], waertoe bereyts de preparatien aldaer wierden gemaeckt.’ De baljuw kreeg de opdracht om dit te beletten en ervoor te zorgen ‘dat soodanige ongeoorloofde wulpsheden aldaer ter plaetse of elders niet en mogen worden begaen’ en onderzoek te verrichten naar de auteurs. Hierdoor werd voor de meeste rederijkerskamers in Zuid-Beveland het einde ingeluid. In 1717 verzekerde de baljuw de classis nogmaals ‘de Rethorien op allerlei wijze te verhinderen’.[9]
Heinkenszand, ’s-Heer Arendskerke
In 1677 werd er geklaagd door de kerkenraad van Heinkenszand ‘aengesien een deel natuerlijcke paepse menschen weder haer rethorijckspelen hebben gedaen’.[10] In 1696 waren het de kerken van Heinkenszand en ’s-Heer Arendskerke die wilden samenwerken om op te treden tegen lidmaten die zich schuldig maakten aan ‘ringsteken, gaaischieten, rethoriekspelen en soortgelijke vermaken’.[11] De maatregel die de classis voor ogen stond, was in de regel het uitsluiten van het heilig avondmaal, zoals in juli 1693 al gebeurde in Heinkenszand bij Cornelis van de Zanden en zijn vrouw. En in 1695 opnieuw bij een aantal rederijkers en hun echtgenoten.[12] Deze ‘straf’ maakte kennelijk weinig indruk aangezien in 1696 opnieuw werd gevraagd om optreden door de classis. Daarom gaf de laatste de opdracht om deze maatregel via de kansel af te kondigen. Niet alle kerken werkten daaraan mee, o.a. die van Goes niet. Van ‘s-Heer Arendskerke is trouwens niet bekend of er een rederijkerskamer was.
Hoedekenskerke
In 1660 kwam de kerkenraad van Hoedekenskerke met bezwaren tegen de rederijkers.[13] Op 13 januari 1673 diende dominee Michiel Eversdyk van Hoedekenskerke bij de classis een klacht in met de volgende punten:
Dit forse oordeel van dominee Eversdyk mondde op 24 januari 1673 uit in een plakkaat.[14] Deze klacht is interessant, aangezien de suggestie gewekt wordt dat er een rederijkerskamer is in Hoedekenskerke. Daarvan is tot op heden niets gebleken. De bezwaren kunnen natuurlijk ook in algemene zin bedoeld zijn en niet voor een eigen kamer.
Kloetinge
In de eerste helft van de achttiende eeuw trad de kerkenraad van Kloetinge krachtig op tegen de zogenaamde ‘paapse superstitie’. Gilden en rederijkers hielden hun activiteiten op zaterdagavonden en -nachten en dat was bij de kerkenraad een doorn in het oog.[15] Het laatste gegeven van Kloetinge dat we kennen, dateert van 1643. Nu lijkt het erop dat ze tot in de achttiende eeuw actief geweest zijn.
Oudelande
Dominee Wilhelmus Spandauw diende namens de kerkenraad te Oudelande een klacht in bij de classis van Zuid-Beveland op 7 juli 1700 over ‘het doorbrekende ringrijden, vogel schieten, het vlijtig onderhouden der kermissen, het wellustig vieren der Paepsche gilden, het ongebonden Rethorijkspelen en dergelijke, zeer verleidende werken des vleesches, die nu weder meer kwamen toe te nemen’. De classis reageerde al op 13 juli met een resolutie waarin werd gelast ‘dat alle lidmaten behooren gecensureert te worden, die zich schuldig maken aan Rethorijkspelen, gaaischieten, ringsteken en al zulke ergerlijke oefeningen bevelende dat deze resolutie op aanstaande Zondag in de kerk, ook te Oudelande zou worden afgelezen’.
Diverse ambachtsheren waren behoorlijk verbolgen over deze resolutie en schortten hun geldelijke bijdragen op.[16] Dat deden ze wel vaker, zoals in 1692,1696, 1698, 1702 en 1709. De classis reageerde steevast met een bericht aan de Staten van Zeeland die dan een resolutie tot betaling uitvaardigde. Voor sommige predikanten had dit een gunstig resultaat, maar er bleef een aantal over, onder andere die van Baarland en Oudelande, dat geen geld kreeg onder het voorwendsel dat er te weinig geld was. Dominee Ossewaarde van Baarland was zelfs bereid om af te zien van zijn traktement onder de voorwaarde dat men dat geld zou besteden aan het kerkgebouw, zodat men daar gevrijwaard zou zijn van regen en wind.
Van Oudelande is (nog) geen rederijkerskamer bekend.
Schuttersgilden
Niet alleen rederijkers en ambachtsheren verzetten zich tegen de predikanten, ook de schuttersgilden deden mee. Het vermaak van het afschieten van de vogel (de gaai) was namelijk een doorn in het oog van de kerk. Leden die toch deelnamen werden uitgesloten (gecensureerd) van het avondmaal, evenals hun echtgenotes.
Op 6 juli 1735 diende dominee Van Toll van Baarland een klacht in bij de classis over de hardnekkigheid van sommige leden van het ‘Paapsche gilde der boogschutters’ ter plaatse. De betrokken leden werden gecensureerd. Deze boogschutters en hun vrouwen lieten het er niet bij zitten en kwamen met de vraag waarom de schutterijen van Goes met rust werden gelaten en zij niet. Het schieten was trouwens geen Paaps spel, maar een onschuldig vermaak. Diezelfde vraag werd in 1739 opnieuw gesteld aan de classis, deze keer door de heer Ossewaarde, secretaris van Goes, waarom wel de schutters van Baarland en die van Goes niet werden gecensureerd. In haar reactie beriep de classis zich op het 8ste artikel van het Plakkaat van 24 januari 1673. Dit leidde weer tot een antwoord van Ossewaarde die duidelijk maakte ‘dat artikel 8 van het Plakkaat van Politie, den 24 Jan 1673 bij de Staten van Zeeland gearresteerd, door haar ongegrond was aangehaald als betrekking hebbende op: “Comediën, Battementen, Rhetorijkspelen en alle lichtvaardige vertooningen zonder van schuttersgilden te gewagen, verzoeken alzoo, dat de Classis hare resolutie van 6 juli 1735 mochte intrekken.” ’[17] Kortom: het Plakkaat van Politie handelt over allerlei soorten opvoeringen en daardoor niet over de activiteiten van schutterijen en voor hen geldt dat verbod dan ook niet.
Conclusie
Het is niet verwonderlijk dat de rederijkerskamer van Baarland en die elders op Zuid-Beveland zich terughoudend gedroegen aangaande hun activiteiten en producten. Ongemerkt blijven lukte echter niet (of wilden ze misschien ook niet) gezien de talloze aanvallen, klachten en bezwaren door de predikanten aangaande het optreden van rederijkers. Wat verder opvalt, is dat de vermeldingen over Baarland vooral plaatsvonden in jaren waarvan door ons nog niet is vastgesteld dat er toen een actieve rederijkerskamer was.[18] Ook waren er meldingen vanuit plaatsen waarvan het onbekend is of daar een rederijkerskamer actief is geweest, zoals in de plaatsen ’s-Heer Arendskerke, Hoedekenskerke en Oudelande, terwijl Kloetinge waarschijnlijk langer over een kamer beschikte dan tot nu toe bekend is. Het bovenstaande dient opgevat te worden als een voorlopige schets van de aanwezigheid van rederijkers op Zuid-Beveland. Naar verwachting zal verdere bestudering (vooral van lokale bronnen) nog interessante resultaten opleveren.
Jan van Loo
12 juli 2025
[1] Maarten van der Vlugt heeft zich beijverd om van veel plaatsen in Zeeland een predikantenlijst op te stellen. Ze zijn allen eigendom van het Koninklijk Zeeuws Genootschap (KZGW), worden beheerd door de Zeeuwse bibliotheek en zijn aldaar te raadplegen en op de website van het Zeeuws Archief via het zoekwoord ‘predikantenlijst’. Je krijgt dan 93 resultaten.
[2] Er is gebruik gemaakt van: Allie Barth, Rederijkers in Goes en op Zuid-Beveland. [Vindplaats onbekend, daarom zijn de oorspronkelijke bronnen uit Barths voetnoten vermeld.]
[3] Arjan van Dixhoorn, Lustige Geesten. Rederijkers in de Noordelijke Nederlanden (1480-1650), Amsterdam 2009, 216.
[4] Maarten van der Vlugt, Proeve eener kerkhistorische studie over Zeeland 1 – Kerkgeschiedenis van Zeeland beginnend met een historisch overzicht tot 1572, de kerkgebouwen, geestelijke goederen en gildes met hun veplichtingen tegenover de kerk [ca. 1900], f. 63v [116]. Te raadplegen in de Zeeuwse Bibliotheek (ZB), hs. 6108 of online, eigendom van het KZGW.
[5] Gemeentearchief Borsele, Archief Hervormde Gemeente s‘-Gravenpolder, inv. nr. 1, Notulen kerkenraad 1669.
[6] J. Walrave, ‘Rederijkerskamer “De Fiolieren”’ in: Historisch Jaarboek Zuid- en Noord-Beveland, 1994, 38-39.
[7] Gemeentearchief Borsele, Archief Hervormde Gemeente s‘-Gravenpolder, inv. nr. 1, Notulen kerkenraad 1673.
[8] Jan de Ruiter, ’s-Gravenpolder, Goes 1998, 57.
[9] Maarten van der Vlugt, Proeve etc., [ca. 1900], Hs. 6018, ff. 62v-63r [114-115].
[11] Gemeentearchief Borsele, Archief Hervormde Gemeente Heinkeszand, inv. nr. 2, Notulen kerkenraad 1696; Gemeentearchief Goes, Archief Hervormde Gemeente ’s-Heer Arendskerke, inv. nr. 2, Notulen kerkenraad 1696.
[12] Zie noot 9.
[13] Gemeentearchief Borsele, Archief Hervormde Gemeente Hoedekenskerke, inv. nr. 1, Notulen kerkenraad 1660.
[14] Maarten van der Vlugt, Proeve etc., [ca. 1900], Hs. 6018, 61v [112] .
[15] Gemeentearchief Goes, Inventaris archieven Hervormde Gemeente Kloetinge, 1585-1982 (Goese inventarissen 5), 7.
[16] De gegevens uit deze paragraaf komen uit: Maarten van der Vlugt, Proeve etc., [ca. 1900], Hs. 6018, f. 62r [113].
[17] Maarten van der Vlugt, Predikantenlijst van Baarland – Predikanten en geschiedkundige beschrijving van de Hervormde Gemeente te Baarland [ca. 1910], f4r.
[18] Zie voor de precieze jaartallen blog 111.
Via de nieuwsbrief van het KZGW blijft u altijd op de hoogte van de berichten van Rederijkers Zeeland. Ook zonder lid te zijn van het KZGW kunt u zich via deze link voor de nieuwsbrief inschrijven.
Terug naar Rederijkers in Zeeland