- Nieuws
- Collectie
- Publicaties
- Werkgroepen
- Jeugd
- Wetenschapsplatform
- KZGW
Het archief van de rederijkerskamer van ’s-Gravenpolder is veel ouder dan honderd jaar. De oudste stukken ervan dateren van de zestiende eeuw. Toch vieren we een eeuwfeestje, want honderd jaar geleden werd ontdekt dat het bestond. In 1925 immers, misschien was het 1926, trof D.A. Poldermans dit archief aan op de zolder van de gemeenteherberg van ’s-Gravenpolder.[1]
Afb. 1. D.A. Poldermans, onderwijzer in Goes en hoofdonderwijzer in ’s-Gravenpolder, ontdekker van de Fiolierenverzameling
Hij vond daar toneelstukken, schriftjes, rollen, zilveren voorwerpen, een narrenpak en een zotskap van de rederijkerskamer De Fiolieren. Ergens in de negentiende eeuw, na het definitieve einde van de rederijkerskamer, was dit alles op die zolder achtergebleven. Het bleek een van de bijzonderste rederijkerscollecties van de Lage Landen te zijn. Niet alleen zijn er maar liefst 30 toneelstukken, zes daarvan zijn bewaard in een zelden aangetroffen vorm, namelijk als rollen – dat alleen al maakt dat deze verzameling een grote cultuurhistorische waarde heeft. Verder zijn er drie verschillende versies van het heroprichtingsstatuut van 1596, het origineel ontbreekt helaas. Ze geven een inkijkje in de doelstellingen en de organisatiestructuur van de kamer. Ten slotte zijn er ook vijf zogeheten comparitieboekjes. Het zijn schriften waarin bijgehouden werd welke leden ‘compareerden’ op de kamerbijeenkomsten; een soort presentielijsten dus, die ons veel namen opleveren van de leden en de bestuurders van de kamer. Hier en daar staat er ook wel andersoortige informatie in, zoals een lijst van toneelstukken die de kamer bezat.[2]
Na 1925 is er wel het een ander gebeurd met het Fiolierenarchief. De toneelstukken zijn lange tijd uitgeleend aan de universiteit van Groningen en later Nijmegen, voor onderzoek, maar ook voor onderwijs. Dat heeft enkele interessante publicaties opgeleverd.[3] Bovendien is de verzameling aan het eind van die lange uitleenperiode gerestaureerd, zodat ze in het Gemeentearchief Borsele terugkwam in stevig gebonden boekjes en de rollen in fraaie kokers. Onze indruk is dat de academische belangstelling voor de verzameling sindsdien enigszins is verflauwd. Dat is niet verwonderlijk. De studie Nederlands is minder in trek dan voorheen, de studie van de oudere letterkunde dus ook. Daar komt bij dat onderzoekers van oude teksten hun studieobjecten veelal online tot hun beschikking hebben. Een oude tekst die niet online te raadplegen is of waarvan geen digitale transcriptie beschikbaar is, wordt minder opgemerkt en zal het moeten hebben van een enkele kenner of een toevallige liefhebber. Gelukkig bestaan die.
De projectgroep Rederijkers in Zeeland heeft op zich genomen om het hele Fiolierenarchief te transcriberen, alle toneelstukken, alle comparitieboekjes en de statuutversies. Het doel is dat al het tekstmateriaal online beschikbaar komt voor onderzoekers en andere geïnteresseerden die het dan moeiteloos en kosteloos zullen kunnen downloaden. Daar komt wel wat bij kijken.
We maken foto’s van alle folia (en de rollen) van alle archiefstukken. Die foto’s moeten we bewerken om ze optimaal leesbaar te krijgen. Elke foto moet een eigen identificatiecode krijgen om er in overleg tussen de vrijwilligers en later in publicaties naar te kunnen verwijzen. Na de fotobewerking en -codering kan het transcriberen beginnen. De basis daarvoor is gelegd door Herbert Mouwen (†) die van vrijwel alle toneelstukken al een transcriptie had gemaakt.[4] We hoeven die ‘alleen maar’ te controleren en aan te passen aan de huidige transcriptiepraktijk. Daarbij krijgen we hulp en supervisie van dr. Wim Hüsken, die het corpus Fiolieren goed kent uit de tijd dat het in Nijmegen in bruikleen was en hij het daar bestudeerde en erover doceerde. Hij publiceerde toen bijvoorbeeld een diplomatische uitgave van Sandrijn en Lanslot.[5] We zijn als projectgroep erg verguld met zijn belangeloze hulp, advies en bijstand in dit project.
Behalve veel is het ook af en toe moeilijk werk. De handschriften die we transcriberen zijn op veel plaatsen slecht leesbaar door beschadiging van het papier of verbleking van de inkt. De meeste toneelstukken, 25 stuks, zijn bij de restauratie in de jaren 1990 in stevige boekjes ingebonden. Die zijn goed hanteerbaar, maar de bladen zijn hoe dan ook kwetsbaar. Ze zijn immers 400 à 500 jaar oud. Zes toneelstukken zijn overgeleverd als rollen, opgerolde repen papier die de tekst van een personage bevatten.[6] Dat vraagt een andere werkwijze bij het fotograferen, want sommige rollen zijn meer dan een meter lang. En het opgerolde papier is eens te meer kwetsbaar. Ook deze rollen zijn hier en daar moeilijk te ontcijferen. Door de fotobewerking kunnen we er vaak wel iets leesbaars van maken. Maar we zien nu al dat we voor sommige tekstplaatsen te zijner tijd weer naar het Gemeentearchief Borsele in Heinkenszand zullen moeten afreizen om ter plaatse de tekst te inspecteren, eventueel met behulp van een uv-lamp.
Afb. 2. Een van de rollen en de kokers waarin ze sinds de restauratie bewaard worden
Het wordt een werk van lange adem. Je ‘doet’ zo’n toneelspel niet even in een middagje. Misschien lijkt de voortgang voor de buitenstaander traag, zelf noemen we het gestaag. We hebben geen einddatum gesteld. Poldermans vond de toneelstukken in 1925 en publiceerde erover in 1930. [7] Wij beginnen eraan in 2025, honderd jaar later. Het zou mooi zijn als we de toneelstukken ‘af’ hebben in 2030, honderd jaar na de eerste publicatie erover.
Wie dit project de moeite waard vindt, is van harte welkom om de projectgroep te hulp te schieten. Raadpleeg daarvoor elders op deze site de pagina ‘over ons/meedoen’.
Bram le Clercq
november 2025
[1] D.A. Poldermans (1877-1939) was hoofdonderwijzer in ’s-Gravenpolder. Daarnaast hield hij zich bezig met folklore, dialectkunde, lokale en regionale geschiedenis en publiceerde daarover, hij trad op met voordrachten in dialect, schreef het Zeeuwse volkslied (‘Geen dierder plek…’) en tal van jongensboeken. Een biografische schets over hem in G.J. Lepoeter, ‘Daniël Adrianus Poldermans (1877-1939), dichter van het Zeeuwse Volkslied’, in: De Spuije 75, 2008, 41-56. Digitaal te raadplegen via de Tijdschriftenbank Zeeland.
[2] Zie voor meer informatie over deze kamer en zijn archief elders op deze site de blogs 86, 89, 92 en de pagina over ’s-Gravenpolder.
[3] Zie voor een overzicht daarvan Bram le Clercq, ‘’De wereld in’, de wetenschappelijke carrière van een rederijkersarchief na een publicatie in Archief’, in: Archief, vroegere en latere mededelingen voornamelijk in betrekking tot Zeeland, 2019, 469-493. Ook online te raadplegen elders op deze site.
[4] Zie voor de betekenis van Herbert Mouwen voor het archief van de Fiolieren het In memoriam elders op deze site.
[5] Wim N.M. Hüsken en Frans A.M. Schaars, Sandrijn en Lanslot, diplomatische uitgave van twee rollen uit het voormalig archief van de rederijkerskamer De Fiolieren te ’s-Gravenpolder, Nijmegen/Grave, 1985.
[6] In de opvoeringspraktijk van het rederijkerstoneel had ‘een rol spelen’ dus een letterlijke betekenis: de te spelen tekst stond uitgeschreven op een opgerolde strook papier.
[7] D.A. Poldermans, ‘Het spel van de stathouwer’, in: Archief, vroegere en latere mededeelingen voornamelijk in betrekking tot Zeeland, 1930, 1-118.
Via de nieuwsbrief van het KZGW blijft u altijd op de hoogte van de berichten van Rederijkers Zeeland. Ook zonder lid te zijn van het KZGW kunt u zich via deze link voor de nieuwsbrief inschrijven.
Terug naar Rederijkers in Zeeland