- Nieuws
- Collectie
- Publicaties
- Werkgroepen
- Jeugd
- Wetenschapsplatform
- KZGW
- Cookies
Over rederijkers is al veel gepubliceerd, er zijn analyses van hun toneelstukken, we hebben informatie over hun grondbezit, we zijn op de hoogte van hun statuten en we weten dat ze aan wedstrijden deelnamen. En er is nog meer. Zeeuwse rederijkerskamers hadden onderling contact en hadden ook contacten buiten Zeeland. Zo nam de Middelburgse rederijkerskamer Het Bloemken Jesse aan verschillende wedstrijden in Holland en Zeeland deel en organiseerde ze er zelf een in 1616, waar de kamer Het Vreugdendal uit Breda aanwezig was met dichter Dingman Beens.1 Ook de kamer Missus Scholieren uit Veere was in 1616 in Middelburg aanwezig.2
Er zijn vermeldingen van prijzen die de kamers wonnen en soms kennen we de namen van de stukken die gespeeld werden. Er werd dus aardig wat gereisd door diverse kamers. Maar hoe ze van de ene naar de andere plaats reisden, wordt bijna nergens vermeld. Een enkele keer vangen we een glimp op, zoals het bezoek van De Drie Korenbloemkens uit Reimerswaal aan het landjuweel van Antwerpen in 1496: “ze hielden daar hun intrede te water”. Ze wonnen er zelfs een tweede prijs mee.3
In dit artikel proberen we meer zicht te krijgen op de reizen van de rederijkers. We proberen iets te weten te komen over hun vervoerswijze en de mogelijke route die ze genomen hebben en wat ze zoal bij zich hebben gehad tijdens de reis. Daarbij richten we ons op de Zeeuwse situatie. Tot slot gaan we in op een rederijkersfeest in Kapelle waar kamers uit de wijde omtrek aanwezig waren.
In Zeeland was reizen over water lange tijd de snelste wijze van vervoer. Zeeland is grotendeels laag gelegen en in de herfst en winter waren wegen onbruikbaar, ze stonden vaak blank vanwege de regenval en de tekortschietende afwatering in de polders. (Afb. 1) Alleen de wegen op de hoger gelegen kreekruggen waren nog enigszins bruikbaar, maar bestrating ontbrak op veel plaatsen, er werd hoogstens met tussenpozen bezand om de ergste gaten te dichten. De oplossing voor reizigers lag dus voor de hand: vervoer over water. Reizigers gingen daarvoor naar een zogenaamd schuitvlot, een steiger(tje) waar een smalle platbodem kon afmeren. De platbodems werden vervolgens geboomd door een netwerk van wat bredere sloten en hoofdwatergangen. Ook goederen werden op die wijze vervoerd, bijvoorbeeld op Walcheren van en naar de markt in Middelburg. Zo had Middelburg het Domburgs schuitvlot.4 Deze wijze van vervoer, ook bekend onder de naam schuitvaart, kon je in Zeeland vooral op Walcheren aantreffen, maar ook op andere Zeeuwse eilanden. Domburgse en Vlissingse rederijkers zullen deze vorm van vervoer gebruikt hebben bij hun bezoek aan hun collega’s in Middelburg. Anno 2026 vind je in Middelburg, Vlissingen, Domburg, Grijpskerke en Biggekerke (alle op Walcheren) en in Groede (Zeeuws-Vlaanderen) nog een Schuitvlotstraat die aan die oude vervoerswijze herinnert. De schuitvaart heeft trouwens tot in de tweede helft van de 19e eeuw gefunctioneerd.5 (Leuk detail: het gebouw waarin de Projectgroep Rederijkers Zeeland periodiek bijeenkomt, heeft de naam “Het Schuitvlot”, gelegen aan het Arminiaans Schuitvlot in Middelburg )
Voor het vervoer in droge tijden over redelijk berijdbare wegen was er nog een andere oplossing: paard en wagen. (Afb. 2) In 1539 krijgen de rederijkers van Tholen een bedrag “voir of toe eenen nieuwe wagen”. De aangeschafte wagen is gebruikt in optochten en processies als rijdend podium, maar ook voor vervoer van de rederijkers.6 De wagen zal alleen op het eiland Tholen zijn gebruikt, want je kon met zo’n wagen in die tijd het eiland niet af, zoals we in het vervolg van dit artikel zullen zien. Rederijkers van het op Walcheren gelegen Veere reisden ook regelmatig met hun wagen, o.a. naar Middelburg in 1495, waar ze vervolgens speelden in het kader van de ommegang.7 Maar ook hier geldt dat de wagen van Veere het eiland Walcheren zeer waarschijnlijk nooit af is geweest.
Vervoer tussen de eilanden.
Zeker in de Zeeuwse context zijn afstanden door de reizigers altijd uitgedrukt in tijd, niet in kilometers of mijlen.10 In Afb. 4 is de kustlijn van de Zeeuwse eilanden rond 1550 in rood aangegeven, van de drie versies van de topografie op deze kaart is dit de beste die bij de tijd van de rederijkers (ca. 1440-1800) past.11
Naast de overzetveren waren er ook beurtveren die vooral voor de grotere afstanden werden gebruikt. (Afb. 6) Beurtschepen voeren volgens een dienstregeling waarbij twee of meer plaatsen met elkaar werden verbonden. Beurtschepen vervoerden goederen (bv. post), mensen en soms ook kleinvee. Zo had Goes beurtvaart op Dordrecht, Zierikzee, Middelburg en Antwerpen.
Het rederijkersfeest in Kapelle
Ergens in de zestigerjaren van de 16e eeuw, waarschijnlijk rond 1565, werd er in het Zeeuwse Kapelle een rederijkersfeest gehouden, georganiseerd door de rederijkerskamer van Kapelle, De Wijngaertsrancke. Op het feest moeten ongeveer tien rederijkerskamers aanwezig zijn geweest.12
Op het feest, gehouden ergens in mei, werd door de rederijkerskamer van het nabij gelegen ’s-Gravenpolder, De Fiolieren, het toneelstuk “Een bruiloftsganger zonder feestkleed“ opgevoerd.13 Het was eigen werk, de tekst is geschreven door een boer (“een ploughman”), lid van De Fiolieren.14 Het stuk is hoogstwaarschijnlijk in de winter geschreven, in de stille tijd op het boerenbedrijf. In het stuk worden het rederijkersfeest in Kapelle en het bruiloftsfeest op een slimme manier verweven. Er zijn aanwijzingen in het stuk verwerkt, vooral bloemennamen, die verwijzen naar de aanwezigheid van bepaalde rederijkerskamers, “een crans opt hoot van wyngaert Rancke ende alle dije vernomde blomen.”15 Zo is af te leiden dat in elk geval de kamers van Goes, Reimerswaal en ’s-Gravenpolder aanwezig geweest zijn en dat de andere kamers hoogstwaarschijnlijk ook uit de regio kwamen.16 Het volgende citaat mag gezien worden als een verwijzing naar de deelnemende kamers:
dat connincx sonne sal trouwen syn bruijt
wt groter lyefde als een blacken vier
brinct Jentijlblomkens nardus fijeolijer
penceetkens aqueleyen ootmoedijch
kersouwen Rosen ofte den wel Rijeckende egelantijer
met goudt blommen maeckt v voorspoedijch17
Op grond van deze aanwijzingen komen we tot de volgende kamers uit de regio, die vermoedelijk het feest van De Wijngaertsrancke uit Kapelle hebben bezocht.18
| Bloemennamen in het citaat | Verwijzing naar rederijkerskamer |
| Jentijlblomkens | De Gentylen uit Reimerswaal |
| nardus | De Nardusbloem uit Goes |
| fijeolijer | De Fiolieren uit ‘s-Gravenpolder |
| Kersouwen Rosen | De Kersouwe uit Oudenaarde |
| aqueleyen | De Blauwe Acoleye uit Veere |
| aqueleyen | De Blaue Acolye uit Vlissingen |
| egelantijer | De Egelantier uit Zierikzee |
| Goudts blomme | De Goudsbloem uit Antwerpen |
We voegen hier nog aan toe de rederijkerskamer uit Hulst, de Transfiguratie, dit op grond van een mogelijke verwijzing naar het devies van de kamer.19
Kijkend naar de herkomst van de bezoekende kamers kan al snel de conclusie worden getrokken dat bijna alle kamers, met uitzondering misschien van De Fiolieren van ’s-Gravenpolder en De Nardusbloem uit Goes de reis naar Kapelle, gelegen op het eiland Zuid-Beveland, grotendeels over water moeten hebben afgelegd. Ze moeten met een beurtschip op Zuid-Beveland zijn aangekomen. Kaarten uit die periode geven een mooi overzicht.
Op de kaart “Van Rupelmonde tot de Noordzee” uit 1504-1505, zien we Zuid-Beveland liggen. 20 (Afb.7, klik op de kaarten voor een vergrote weergave) Ten noorden van het eiland loopt de Schelde (nu Oosterschelde), lange tijd de vaarweg naar Antwerpen. Ten zuiden van Zuid-Beveland loopt de Honte (nu Westerschelde), die de rol van vaarweg naar Antwerpen aan het overnemen is. De kaartmaker laat zien dat beide vaarwegen voor personenvervoer en goederenvervoer worden gebruikt. Links bovenaan de kaart ligt Goes, de grootste haven van Zuid-Beveland. Goes had een beurtveer op Antwerpen, evenals Biezelinge.21
Rond 1542-1543 is een andere kaart vervaardigd van Zuid-Beveland. In het oosten zien we het ondergelopen gebied als gevolg van de grote overstromingen van 1530 en 1532. 22 (Afb. 8a) In het noorden aan de Oosterschelde zien we de haven van Ter Goes (rode pijl). Aan de zuidkant, aan de Honte, heeft de kaartmaker bijzondere aandacht besteed aan het tekenen van de haven van Biezelinge. Terwijl het dorp Kapelle (zwarte pijl) wordt aangegeven door een getekend kerkgebouw wordt de haven van Biezelinge uitgebreid in beeld gebracht.23 (Afb. 8b)
Uiteraard heeft Biezelinge dus beurtvaart op onder andere Middelburg, Antwerpen en Vlaanderen. Rederijkers die rond 1565 het feest in Kapelle hebben bezocht, moeten in Zuid-Beveland zijn aangekomen in de havens van Goes of Biezelinge, van daaruit zijn ze doorgereisd naar Kapelle. Hoewel Kapelle kleiner is in inwonertal (500 inwoners) dan Biezelinge is het wel het bestuurlijke en culturele hart van de ambachtsheerlijkheid. Vanuit Biezelinge naar de kerk van Kapelle is het ongeveer anderhalve kilometer. Die afstand kan lopend zijn overbrugd of men is met paard en wagen naar Kapelle gereden. (Afb. 9)
In 1511 lag er al een “mooie kasseiweg” tussen Biezelinge en Kapelle, aangelegd na langdurige protesten van inwoners van Biezelinge over de erbarmelijke staat van de weg. 25 Voor de route vanaf de haven van Goes naar Kapelle hadden de reizende rederijkers misschien wel de keus uit twee vervoerswijzen, namelijk per wagen of lopend over de weg naar Kapelle (ruim een uur gaans), of gebruik maken van de misschien net op tijd gereedgekomen schuitvaart van de marktplaats Goes naar Kapelle. In 1564 had Kapelle namelijk toestemming gekregen om een schuitvaartverbinding aan te leggen “omdat men des winters met gene wagenen aen de merckt geraecken en connen”26 (Hieruit blijkt trouwens dat ’s winters ook de wegen op de hoger gelegen kreekruggen niet altijd voldeden).
Voor de kamers uit Zierikzee, Veere en Reimerswaal zal Goes de aankomstplek op Zuid-Beveland geweest zijn, voor de kamers uit Vlissingen, Hulst, Antwerpen en Oudenaarde is dat Biezelinge geweest. Uit Oudenaarde (gelegen in Vlaanderen aan de rivier de Schelde) is men zeer waarschijnlijk de Schelde stroomafwaarts gevaren tot Antwerpen en vervolgens heeft men daar het beurtschip naar Biezelinge genomen.
We kunnen ook reconstrueren hoe de vertegenwoordigers van de rederijkerskamer van Kapelle, die de kaarten met de uitnodiging voor het feest hebben rondgebracht hebben gereisd. Het kan bijna niet anders dan dat de route per beurtschip in tegenovergestelde richting is afgelegd. Op een kaart die voorafgaand aan de periode 1573-1578 is gemaakt, zien we Zeeland dus in de tijd van het rederijkersfeest in Kapelle.27 Kapelle is hier met een zwart vierkant aangegeven, de plaatsen van de bezoekende rederijkerskamers, met uitzondering van Oudenaarde dat buiten het kaartbeeld ligt, zijn omcirkeld. (Afb. 10)
De bagage
We hebben nu een duidelijk idee over de route die de bezoekende rederijkers hoogstwaarschijnlijk hebben genomen. Rest nog de vraag wat ze bij zich hadden.
Om te beginnen moeten dat hun blazoenen of wapenschilden zijn geweest. Het was de gewoonte dat elke rederijkerskamer op een feest zijn intrede maakte en zijn wapenschild toonde. Verder was het gebruikelijk dat een wapenschild werd aangeboden aan de organiserende kamer.28 Op twee gravures die gemaakt zijn van de intocht van een rederijkerskamer is te zien dat helemaal vooraan de stoet het wapenschild wordt gedragen. (Afb.11)
Verder zien we een tamboer met zijn trommel. Verder had elke speler zijn toneelrol bij zich en ook zijn kostuum voor het toneelspel. Dat kostuum kon ook van papier zijn, dat was goedkoper dan stof. Het doel was het bereiken van een maximaal effect op de toeschouwers.29 Wellicht heeft de keuze voor papier ook te maken met de keuze van het vervoermiddel. Op een wagen was alles wel mee te nemen, maar het reizen met een beurtschip zal invloed hebben gehad op het soort bagage dat kon worden meegenomen. Papier is lichter en daardoor makkelijker mee te nemen.
Hoe groot de groepen geweest zijn die het feest van Kapelle bezochten, weten we niet. Het spel dat De Fiolieren speelden, het al eerder genoemde “Een bruiloftsganger zonder feestkleed“, kende in elk geval al negen rollen. Een gezelschap zou dan zo maar hebben kunnen bestaan uit tien tot vijftien rederijkers. Het moet dus in het dorp Kapelle behoorlijk druk zijn geweest. Waar iedereen gelogeerd heeft, is onbekend.
De kamer van Kapelle werd opgericht in 1508. Dat de oprichters de ambitie hadden om een rol te gaan spelen die uitsteeg boven het lokale blijkt wel uit een artikel dat ze in hun statuten opnamen. In dat artikel staat aangegeven hoe de kamer om dient te gaan met rederijkers van andere kamers die Kapelle bezoeken.30
Art. 35 ] Item zo wanneer dit voorsz. gezelschap van de wijngaardranke, bezogt word van eenige andre gezellen van de konste, uit andre kamers van retorijka, die zullen zij vriendelijk ontfangen, en goed cier doen, gelijk zij wilden dat men henlieden doen zoude, en lateze vrij en kosteloos gaan, uit het gezelschap, voor de eerste reize, en komen zij noch tot andre diverse reizen, zo zullen zij mede gelden gelijk een ander broeder van de kamer, in ‘t zelve dat daar verteerd zal worden.
Tijdens het rederijkersfeest kon de kamer van Kapelle zijn woord gestand doen. Dorpelingen en mensen uit de wijde omgeving zullen het feest bezocht hebben en naar de opvoeringen hebben gekeken en geluisterd die dan op de meest voor de hand liggende plaats in het dorp, rond de kerk in het centrum van Kapelle, heeft plaatsvonden. Maar behalve voor de opvoeringen mag men ook bewondering hebben voor de grote logistieke prestatie die destijds door de deelnemende kamers en ook door de ontvangende kamer is geleverd.
Ko Dek 31
1 Dijk, W.G. van, ‘Wij vaten genucht uyt rechter liefde; overzicht van het ontstaan en de geschiedenis van de Bredase rederijkers’; in Jaarboek De Oranjeboom 39, 1986, pp. 55-99, p. 85.
2 Zeeuws Archief 2515, Kamer van Retorica ‘Missus scholieren’ te Veere, inv.nr. 3: 1590-1659, 1616, ff. 73r-79v.
3 Werner Waterschoot, ‘Het Landjuweel te Antwerpen in 1496, enkele teksten en hun interpretatie’; in: Jaarboek De Fonteine 1980-1981, deel 2, pp. 49-68, p. 56.
4 Klerk, A.P. de., Varen over Walcherse watergangen, van schuitvlot naar schuitvlot, een vrijwel vergeten vorm van vervoer. Middelburg, 2012, p. 35.
5 Ibidem, p. 65.
6 Gemeentearchief Tholen, Stadsrekening Tholen 1538/39, inv.nr. 186, laatst beschreven folium, niet gefolieerd.
7 Kesteloo, H.M., ‘De stadsrekeningen van Middelburg II, 1450-1499’, in Archief (1888), p. 106.
8 Overzetveren in Zeeland. Middelburg, 1970 [herziene druk onder de titel: Overzetveren in Zeeland. Zevenhonderd jaar vervoer te water. Historische en rechtskundige beschouwingen. Arnhem, 1978²], p. 3. (Bij een overzetveer wordt het water dwars of in schuine richting overgestoken.)
9 Idem, Kaart Afvaartplaatsen, ongepagineerd.
10 We spreken dan over de relatieve afstand: de afstand in kosten, moeite en tijd. Dit in tegenstelling met de absolute afstand: de afstand in km.
11 Sandberg, G.F.,Kaart Afvaartplaatsen, ongepagineerd.
12 Dixhoorn, A. van, Rederijkers in een Zeeuws dorp; oprichting en organisatie van de rederijkerskamer de Wijngaardranken te Kapelle in de eerste helft van de zestiende eeuw. Zeeland, jaargang 10, nummer 2, 2001, p.57-64, p. 60.
13 Dibbets, G.R.W., ‘Een bruiloftsganger, een krans en politieke aktualiteit’. In: Dibbets, G.R.W. en Wackers, P.W.M. (red.), Wat duikers vent is dit! Opstellen voor W.M.H. Hummelen. Wijhe, 1989, pp. 165-183, p. 172.
14 Ibidem, p. 173.
15 Gemeentearchief Borsele, Archief rederijkerskamer De Fiolieren te ’s- Gravenpolder 1596-1813, inv.nr. 35, De bruiloftsganger zonder feestkleed, fol. 11r.
16 Dixhoorn, A. van, ‘Rederijkers in een Zeeuws dorp’, in Zeeland 10 (2010) 2, p. 63.
17 Als noot 16.
18 Dibbets 1989 , p. 175. Van niet alle genoemde kamers is met zekerheid vast te stellen of ze het feest hebben bezocht. Ook in dit blog betreft het dus een aanname waarbij is uitgegaan van regionale kamers uit Zeeland en Vlaanderen, gelegen in de Schelderegio.
19 Ibidem, p. 176.
20 Klerk, A.P. de., De Oude kaarten van Zeeland. Stad en dorp, land en water in vier eeuwen cartografie. Zwolle 2015, p.15.
21 Dekker, C., Een schamele landstede. Geschiedenis van Goes tot aan de Satisfactie van 1577. Goes 2002. p. 389.
22 De Klerk 2015, p. 16.
23 Ibidem (uitsnede).
24 Brusse, P. en Henderikx, P. (red.), Geschiedenis van Zeeland, deel I, Prehistorie-1550. Zwolle 2014, p.143.
25 Dekker, C, Het Onze-Lieve Vrouwe-Kapittel van Kapelle en de stichting van de parochie Biezelinge 1503-1529. Goes.1979, p. 91.
26 Ruiter, J. de., Heinkenszand, land van achttien polders, Goes 1999, p. 65. (paragraaf 17. De schuitvaart).
27 De Klerk 2015, p. 30.
28 Ramakers, B.A.M. ‘De “Const” getoond. De beeldtaal van de Haarlemse rederijkerswedstrijd van 1606’: In: Reindert Falkenburg et al. (red., ed.), Hof-, staats- en stadsceremonies. Nederlands Kunsthistorisch Jaarboek 49 (1998), p. 138.
29 Ibidem, p. 144.
30 Gemeentearchief Reimerswaal, Schrift ‘1804-1872’, ‘Archief rederijkerskamer De Wijngaartranke’, [fol. 16r t/m 51r] (kopie uit 1804 van een onbekend origineel).
31 Met dank aan Arjan van Dixhoorn voor zijn behulpzame opmerkingen betreffende het rederijkersfeest in Kapelle
Afb. 1 Kapelse Moer, laaggelegen gebied ten oosten van Kapelle. Februari 2020. Foto auteur.
Afb. 2 Voorbeeld rederijkers wagen van rederijkerskamer Het Bloemken Jesse uit Middelburg Zeeuws Archief, Zeeuws Genootschap, Zelandia Illustrata, deel III, nr 988.
Afb. 3 Overzetveer van Nieuwland G.F. Sandberg. Overzetveren in Zeeland. Middelburg, 1970, Afb. 15.
Afb. 4 Overzetveren in Zeeland G.F. Sandberg, Overzetveren in Zeeland., Middelburg, 1970, ongenummerde afb..
Afb. 5 Afvaartplaatsen Zeeuwse veren G.F. Sandberg, Overzetveren in Zeeland. Middelburg, 1970, ongenummerde afb..
Afb. 6 Een Zeeuws beurtschip. Zuiderzee museum.
Afb. 7 De Honte (Schelde) begin 16e eeuw Van Rupelmonde tot de Noordzee, Anoniem, 1504-1505 (uitsnede). In: Aad de Klerk, De Oude kaarten van Zeeland, stad land en water in vier eeuwen cartografie, Zwolle 2015, p. 15.
Afb. 8a Havens van Goes en Biezelinge (rode pijlen) Zuid-Beveland in 1542-1543, Cornelis van Zuerendonck. In: Aad de Klerk, De Oude kaarten van Zeeland, stad land en water in vier eeuwen cartografie, Zwolle 2015, p.16.
Afb. 8b Haven van Biezelinge Uitsnede uit: Zuid-Beveland in 1542-1543, Cornelis van Zuerendonck. In: Aad de Klerk, De Oude kaarten van Zeeland, stad land en water in vier eeuwen cartografie, Zwolle 2015, p.16.
Afb. 9 Haven van Biezelinge in de 17e eeuw Zeeuws Archief, Beeldarchief Kapelle, nr 2-429.
Afb. 10 Zeeland ten tijde van het rederijkersfeest van Kapelle Zelandia, in Gerard de Jode, Speculum Orbis, Terrarum, Antwerpen 1587. In: Aad de Klerk, De Oude kaarten van Zeeland, Zwolle 2015, p. 30.
Afb. 11 Intocht van de rederijkerskamers uit Amsterdam en Gouda te Haarlem in 1606. Universiteitsbibliotheek Rijksuniversiteit Groningen, Bijzondere Collecties: Gauronica (weblog).
Via de nieuwsbrief van het KZGW blijft u altijd op de hoogte van de berichten van Rederijkers Zeeland. Ook zonder lid te zijn van het KZGW kunt u zich via deze link voor de nieuwsbrief inschrijven.