Lees meer
over dit object uit onze verzameling
De thematiek van Jean Guépin
Auteur(s) op 31 augustus 2025
Trefwoord(en)
Discipline(s) ,

De thematiek van Jean Guépin

Humor
We zagen reeds  humoristische effecten bij de wandeling naar Domburg, hetzelfde zien we bij het thema kermis. Hier presenteren we met name ex tempores, gedichten gemaakt voor de vuist weg, onvoorbereid en op staande voet. Deze handschriften zijn latere afschriften van zijn gedichtjes. Een deel ervan schreef hij tijdens raadsvergaderingen in zijn agenda. Soms refereren ze aan een actualiteit die wij thans niet meer kennen, waardoor ze wellicht minder humoristisch beleefd worden.


DE THEMATIEK VAN JEAN GUÉPIN

Humor

ca. 1750 Extempores, drie spotdichten

Bron ZB, KZGW, Hs 2730, 1 fol.
Datum: ca. 1750.
Titel: E
xtempores, Drie spotdichten.

Drie spotdichten.
De gedichtjes zijn  achtereenvolgens gericht aan: Ds. W.; het tweede aan C. en het derde aan T. Het is niet duidelijk of ze alle drie predikant waren.

Ds. W.
Kan een verstandig man dus doolen
Wie had dit ooit van uw gedagt,
Uw was de Ziele Jacht bevoolen
Wat moeyt g’uw dan met Hase Jacht,
Behandelt men dit stuk zoo koel
Ik zie Duinmeyers op den stoel.

C.
Uw Gladde Tong, zou Steenen Harten Breeken,
Uw Reedenen vol Pit, vol Zin, vol Geurs,
Zijn om regt duitsch te spreeken,
Is uw doorwrogte Preeken
Zoo wigtig als uw Beurs.

T.
Al weder ongehoorde Zaken,
En  Zeker Zonder Slot of grond,
Werd daar mijn oor zig koomt vermaken,
Mijn Gat verweesen in een Pond.


1760-1765 Enkele Extempores

Bron ZA, Toegang 7112, Handschriftenverzameling Gemeentearchief Vlissingen, 1477-1927, Hs 5672, 8 fol.
Datum: 1755.
Titel: Afschriften van extempores, voor het merendeel van Jan Guépin, 1755-(c. 1775). (c. 1870).

Enkele Extempores.
De afschriften zijn geschreven door Henri Pierre Winkelman (1813-1878) rond 1870. Of hij de beschikking had over de officiële agenda’s van Jean Guépin of beschikte over afschriften is niet bekend. Overigens zijn niet alle ex tempores in dit manuscript gemaakt door Jean Guépin. Die hier gepubliceerd zijn, wel. De folia zijn ongenummerd.

———————————–

3 augustus 1761: uitnodiging van J. Guepin aan Evert Clyver, schepen in Vlissingen, om te komen helpen met het eten van een kalfskop:

Een bullejong is wreedlyk van zyn hoofd beroofd
Zyn verder lot
Bracht hem tot koking in myn pot
Vanwaar hy komt, zoo als hy is
Op onzen disch
Wilt gy op heden
Hem komen naar de kunst ontleden?

———————————–

30 oktober 1762: rapport van burgemeester Winkelman over de verschillen tussen dominee B. Dreszelaar en zijn gemeente. Bemiddeling was vruchteloos. Jan Guépin ’teekende op zyn agenda aan’:

Weer vruchteloos was onsze last
Ons door den Raad gegeven
Want, Dreszelaar, altoos een Kwast
Is ook een Kwast gebleven.
Dit is het slot van t overleg
De predikant of Kerk moet weg.

———————————–

27 juli 1765: naar aanleiding van een rekest van het kleermakersgilde om een regeling te treffen voor hun begrafeniskosten:

O naayers gild, wees niet onthutst
Naai, stop, versny en kaap als raden
Ga in de kroeg en sterf gerust
Gy wordt ordentelyk begraven!
Dit’s t grafschrift dat uw lof uitkraait
Hier rust een snyer afgenaaid.

———————————–

Op de propositie om aan de Engelsche en Fransche predikanten gelyk aan de Nederduitsche te accorderen eene begraafplaats in de Oostkerk:

Ten laatste houdt eerste de eenigheid hier stand
Een Duitsch, een fransch, een engelsch predikant
Zyn hier byeen, zagtzinnig wel te vreden
Hoe kan dat zyn? wel! Zy zyn overleden.


De vriendenkring


Laatst bewerkt: 23 november 2025 (wordt vervolgd).