Lees meer
over dit object uit onze verzameling
Haamstede
Auteur(s) op 17 maart 2023
Trefwoord(en) , ,
Discipline(s)

Terug naar Rederijkers in Zeeland


[Naam onbekend]


Zinspreuk: ?
Patroonheilige: H. Catharina [1546], naamdag 25 november
Vroegste bronvermelding: 7 augustus 1546
Bron: Kwitantie van de kamer van 1571
Laatst bekende bronvermelding: 1637
Classis Zierikzee
Blazoen: ?


Geschiedenis:

1571
Op Sint Catharina 1571 (25 november, vervaldag) tekende het bestuur van de rederijkerskamer van Haamstede een kwitantie voor de ontvangst van haar jaarlijkse inkomen van 10 schellingen grooten Vlaams, een bedrag dat haar op 7 augustus 1546, door de ambachtsheer van Gruythuyse was toegezegd. De kamer kreeg op die dag in 1546 tevens haar ordonnantie. De donatie van 10 schellingen was jaarlijks en diende om het altaar van de patrones Sint Catharina in de kerk te onderhouden. De kwitantie was ondertekend door de prins, Pauwels Lenaertsz. en de deken Cornelis Thonis Gillisse.

1581
Op 30 april 1581 speelde de kamer een spel van sinne, hoe Jacob troude Rachel, de dochter van Laban vuijt den ouden testamente ter gelegenheid van de bruiloft van de secretaris van Haamstede, te weten Pieter Witte Job Pieterse. Er waren 200 personen uitgenodigd voor de bruiloft. Mogelijk was Pieter Witte lid van de kamer. Een dag later op 1 mei 1581 speelde de kamer een geestelijk Meije spil aan de zuidzijde van de kapel van de kerk.

1608
Op 21 mei 1608 betoogde Guillielmus Teelingius, ‘Minister des Goddelycken Woorts tot Haemstede’, namens de classis van Schouwen tijdens een zitting van de Staten van Zeeland dat er te Haemstede ‘ende daer omtrent’ veel ongeregeldheden plaatsvonden, bijvoorbeeld het dragen van zotskappen. Vooral tijdens evenementen was het onrustig zoals bij de Vastenavondspelen, kermissen, het spelen van battementen (kluchten), het trekken van hanen en ganzen en dergelijke. Ook de sabbath werd niet gerespecteerd. De ambachtsheren van Haamstede ‘ende alomme elders’ moeten verzocht worden om op te treden en als ze in gebreke blijven, moeten de heren Staten dat doen. Een kopie hiervan wordt gestuurd naar de baljuw van Schouwen, zodat deze een oogje in het zeil kan houden.
De Staten vaardigden vervolgens een ordonnantie uit voor de ambachtsheren van Haamstede, Renesse, Noordwelle, Burgh en Westland met de opdracht om paal en perk te stellen aan de ongeregeldheden met daarnaast een brief aan de baljuw van Zierikzee. Kennelijk speelde het probleem in alle genoemde dorpen.

1610-1611
Op 11 februari 1611 kreeg de kamer een boete van 20 pond opgelegd ‘omdat sij haer vervordert hebben openbaerlijck de gans te vreecken ende andere ongeregeltheeden te bedrieven’. Een jaar eerder, voorjaar 1610, had ambachtsheer Jacob van den Eynde (1575-1614)  verboden met trommels enz. uit te trekken, maar de kamer had het verbod genegeerd en was naar Renesse getrokken, waar ook een kamer bestond. De baljuw van Zierikzee kwam daarom op 31 maart 1610 naar Haamstede om getuigen te horen, wat een jaar later leidde tot de strafmaat van 20 pond.

Ambachtsheer Jacob van den Eynde, 1575-1614. (Rijksmuseum Amsterdam, SK-A-4561)

De classis Schouwen-Duiveland schreef op 13 april 1611 aan de Zeeuwse synode met het verzoek de kamerspelen te laten verbieden. Men besloot tevens ‘zijne excellentie’ de ambachtsheer te verzoeken het octrooi dat aan de kamers van Renesse en Haamstede was verleend te vernietigen.

1613
Jan visch, Jan Barentsz en Malinis Maertsse hadden het gewaagd om publiekelijk op te treden in Haamstede en een klucht te vertonen. Dat was een overtreding tegen de bevelen van de Staten van Zeeland. Op 26 juli 1613 werden ze daarom ieder veroordeeld tot betaling van 20 pond boete met de belofte van een zwaardere straf in geval van herhaling.

1614
De leden van de rederijkerskamer te Haamstede kregen in 1614 een boete van f 240, omdat ze de gans hadden getrokken naast andere ongeregeldheden die ze pleegden.

1637
Op 29 juli 1637 krijgen Dominee Bruynvisch of dominee Teellingius als eerste taak om te zorgen dat er een kopie komt van de ordonnantie van de Staten van Zeeland, waarin staat dat het verboden is de dag des Heren te verstoren, spelen op te voeren tijdens Vastenavond evenals andere ongeregeldheden uit te halen. Dit geldt met name voor de dorpen Renesse en Haamstede en omgeving.


Bronnen

Archivalia:
Kwitantie van de kamer van 1571. Locatie en signatuur onbekend.
– Notulen van de Edel Mogende Heeren Staaten van Zeeland (deel 24), 21 mei 1608, 32-33, 41-42. Online
– Zeeuws Archief (ZA), toegang 475 Verzameling P.D. de Vos, 13e-20e eeuw; inv.nr. 96: Uittreksels en afschriften van vonnissen uit de waarheidsboeken van Zierikzee, 1498-1811, (afschrift 18e eeuw), 11 februari 1611 (scan 160). NB de vermelding van 31 maart 1610 is hierin niet aangetroffen; 26 juli 1613 (scan 166).
–  ZA, toegang 5424 Nederlandse Hervormde Kerk, Classis Zierikzee 1587-1949, inv.nr. 1: Acta der classicale vergaderingen, classis SchouwenDuiveland 1607-1634, 13 april 1611, p. 102 (scan 57).
– Algemeen Schouwen-Duiveland betreffende:
ZA, toegang 5424 Nederlandse Hervormde Kerk, Classis Zierikzee 1587-1949, inv.nr. 2: Acta der classicale vergaderingen, classis SchouwenDuiveland 1635-1662, 30 april 1636, f. 14v (scan 18, letter p); 29 juli 1636, p. 70 (scan39).

Bibliografie / Literatuur:
P.J. Meertens, Letterkundig leven in Zeeland in de zestiende en de eerste helft der zeventiende eeuw. Amsterdam 1943. Over de ambachtsheer en kasteelheer van Slot Haamstede Jacob van de Eynde, p. 444.
H.C.M. van Oosterzee, ‘Naschrift’, Zeeuwsche volks-almanak, (1844), 20-23.
P.D. de Vos, ‘Rederijkerskamers op Schouwen en Duiveland’, Zierikzeesche Nieuwsbode, jrg. 80, nr. 10994 (19 oktober 1923), 5.

Varia:

Kwitantie van de kamer van 1571:

‘Wij Pauwels Lenaertsz ende Cornelis Thonis Gillisse, prince ende deken van de Camere van Rethorica binnen der baenreheerlijcheyt ende vrijdomme van Haemstede, bekennen ende belijden midts desen ontfangen ende opgebuert te hebben uut handen van mijn heere den casteleyn van Haamstede voornoempt of zijnen ghecomitteerden dye somme van thyen schellinghen grooten vl[aem]s. Ende dat ter Cause dat mijnen heere van Haemstede der voernoemde Camer van Rethorica jaerlijck gegonnen ende gegeven heeft tot onderhoudenisse van den dienst Godts ende het altaer van Sincte Catherina onsse patronesse binnen der kercken van Haemstede voerssegt, al volgende zeker ordonnantie van mijn voernoemden heere van den Gruythuysse van date den viiden dach aughst XVc XLVItich verschenen ende vervallen van den jaere ende sincte Catherijnen daege anno XVcLXXItich. In kennisse der waerheyt zoe hebben wy prince ende deken onsse gewoonlycke singnatueren ofte handtmerken hyer onder gestelt’

Repertorium rederijkerskamers DBNL:
Haamstede, naam onbekend: BEKIJK BRONNEN

Terug naar Rederijkers in Zeeland

Laatst bijgewerkt 11-07-2025