- Nieuws
- Collectie
- Publicaties
- Werkgroepen
- Jeugd
- Wetenschapsplatform
- KZGW
Terug naar Rederijkers in Zeeland
Zinspreuk: ?
Patroonheilige: H. Magdalena?
Vroegste bronvermelding: 1 februari 1535
Bron: Oosterzee 1844, 21; Meertens 1943, 115
Laatst bekende bronvermelding: 10 juni 1542
Bron: Oosterzee 1844, 20; Meertens 1943, 115
Blazoen: ?
Geschiedenis:
1535
De eerste vermelding van rederijkersactiviteiten dateert van 1 februari 1535. De raad van Zierikzee besloot toen om voor de rederijkers een nieuwe wagen te laten maken. De kamer bestond toen kennelijk al. Daarna op de 21ste van sprokkelmaand (februari) 1535 stelde de raad een aantal voorwaarden: de rederijkers mochten geen schandelijke stukken spelen en zij moesten de burgemeester steeds laten weten wat ze zouden gaan opvoeren.
1538
Drie jaar later, op 2 december 1538, dienden ‘die van de distele’ een rekest in hetgeen resulteerde in toestemming aan de kamer om de boetes van de leden langs gerechtelijke weg te innen.
1542
Op 30 mei 1542 kregen de ‘rhetoricijns van den distelbloeme’ een ordonnantie. Deze bepaalde ondermeer dat de overheid voortaan de 28 kamerleden uitkoos en aanstelde dan wel ontsloeg. Tien dagen later werden de leden van deze kamer bovendien vrijgesteld van schuttersdiensten. Het is tevens de laatste aanwijzing voor het bestaan van de kamer met deze naam in Zierikzee.
Bron: DBNL
Zierikzee, De Distelbloem
Zinspreuk: ?
Patroonheilige: H. Magdalena?
Vroegste bronvermelding: 19 juli 1568
Laatst bekende bronvermelding: 21 augustus 1670
Geschiedenis:
1564
Deed deze kamer onder de naam Akelentier in 1563 of 1564 [?] mee aan een wedstrijd te Kapelle? Volgens Pleij (p. 52) werd er in Kapelle een vastenavondspel opgevoerd met de titel De Broek van Priapus. Het spel moet opgevat worden als een ritueel van fallusverering in de lente. Het is echter niet bewaard gebleven en ook is de naam van de uitvoerende kamer niet bekend. Mocht het inderdaad de kamer van Zierikzee zijn geweest, dan is het oudste gegeven voor de Eglantieren: Vastenavond van het jaar 1564.
De naam Akelentier komen we ook tegen in Dibbets 1989. Hij bespreekt het toneelspel De bruiloftsgangers zonder feestkleed dat behoort tot de collectie van de rederijkerskamer De Fiolieren te ‘s-Gravenpolder. Het is vermoedelijk een meispel gezien de veelvuldige mededelingen over de maand mei in dit toneelstuk. Er wordt eveneens in vermeld dat het is opgevoerd in Kapelle en de deelnemende kamers aan een wedstrijd [?] worden opgesomd: (…) jentijlbloemkens, nardus, fiolier, / pincekens, akelijen ootmoedich, / carsouwen, rozen of den welrijckenden akelentier / met goutbloemen.
1568
De raad van Zierikzee besloot als reactie op een verzoek van De Eglantieren op 19 juli 1568 ‘den prins en gemeengesellen van Eglantieren te contenteren in redelijkheid voor ’t spul bij de huldinge door hen gespeelt’. Het zal gegaan zijn om de huldiging van de Vierbannen op Duiveland en volgens Kops (p. 162) werd die in Nieuwerkerk gehouden. Men kreeg tevens toestemming om spelen op te voeren en wel met ingang van de eerstvolgende Maria Magdalena-dag (naamdag 22 juli). Op deze zelfde 19 juli 1568 werd het aan De Eglantieren, samen met de Laurieren, verboden voortaan ‘geduurende deze periculeuze tijd te speelen’ tot nader order van de raad van Zierikzee. Deze kamers waren de opvolgers van de Distelbloem die mogelijk na een hervorming verdween.
1588
Twintig jaar later op 19 december 1588, kregen de beide rederijkerskamers Thomas Leenaerts Rinck (ca. 1528-1595) als overdeken (Waarschijnlijk werden ze daarmee ook samengevoegd). Hij zou dat blijven tot 1595. Een van zijn latere opvolgers (begindatum is niet bekend) werd Jacob van Velde (1598-1633) die overdeken was tot 1633. Op zijn beurt werd deze opgevolgd door Pieter de Witte (1588-1653), Heer van Haamstede en in Burgh. Hij bekleedde de functie van overdeken van 1633 tot zijn overlijden op 12 december 1653. Het lijkt erop dat de benoemingen voor het leven waren.
1596
Op 8 november 1596 ontvingen de rederijkers accijnsvrijheid.
1608
Hoewel de overheid hen dus gunstig gezind was, kregen ‘de rhetorijkers’ op 9 juni 1608 een speelverbod opgelegd, op verzoek van de predikanten. Namens hen hield Willem Teelinck op 21 mei 1608 een pleidooi voor de Staten van Zeeland. De kern was dat de sabbat gerespecteerd diende te worden volgens Gods woord. Het verbod sorteerde weinig effect: het toneelspelen, het lopen met de zotskap, het haring trekken enz. vonden nog steeds plaats. Godefridus Udemans, predikant te Zierikzee, verzocht opnieuw aan de classis hiertegen iets te ondernemen (Op ’t Hof, 10). Petrus Wittewrongel, predikant te Zierikzee van 1636-1638 omschreef toneel als de tempel van de duivel en een kweekplaats van alle kwaad. Met regelmaat werden er in de zeventiende eeuw verboden verordonneerd.
1616
Op 21 mei 1616 werd een verbod uitgevaardigd, geldend voor de gehele jurisdictie van Zierikzee. De kamers werd niet alleen het spelen verboden, maar ook ‘broederschap te exerceren’. De kerkenraad bleef zich actief verzetten tegen kameractiviteiten met name rond jaarmarkten. De raad bleef in de zeventiende eeuw de overdekens van de rederijkers benoemen.
1619
25 januari 1619: ‘de Caemere van Rethorica te Zierikz’see had op publieke plaatsen als de Breede brugghe laten loopen personen met hunne sotscappe ende andere insolentien’. De boete bedroeg 40 pond.
1623
In 1623 traden de ‘camerspelers’ op de door hen gehuurde binnenplaats van het Gasthuis op.
1633
In september 1633 kreeg het Gasthuis f 15 voor een spel dat de kamer er had mogen opvoeren. Hoewel verdere gegevens ontbreken is het waarschijnlijk dat de kamer al deze jaren actief was, en mogelijk een vaste relatie met het Gasthuis had.
1670 De kerkenraad trachtte nog op 21 augustus 1670 het battement spelen op de jaarmarkt te beletten. Ze verzochten de burgemeesters daartoe actie te ondernemen. Het is (waarschijnlijk) de laatste vermelding van rederijkersleven in Zierikzee.
Bron: DBNL
Zierikzee, De Eglantieren
Zinspreuk: ?
Patroonheilige: H. Magdalena?
Vroegste bronvermelding: 19 juli 1568
Laatst bekende bronvermelding: 19 december 1588
Geschiedenis:
De Laurieren zijn waarschijnlijk opgericht na De Eglantieren. Het lijkt erop dat ze daarmee nauw verbonden waren: op 19 december 1588 kregen ze samen een overdeken. Na 1588 is niet langer sprake van twee kamers.
Er is een gedicht van de hand van Cornelis Liens (1580-1636) onder zijn eigen portret op de leeftijd van 56 jaar uit 1636 met een mogelijke verwijzing naar De Laurieren. Hij is geboren in Zierikzee en heeft er gewerkt als stadsgeneesheer van Zierikzee. De Lauriert stijl heeft hij misschien opgedaan als lid van de kamer De Laurieren. Er bestaat echter ook een werkwoord ‘laurieren’ en dan kan de uitleg zijn: de stijl van iemand die gelauwerd is. Cornelis Liens overleed in 1636 te Sint Maartensdijk. Zijn zinspreuk was Sin-Vaerdich, Open-Recht.
![]() |
Uijt wesen siet, van die in wesen heeft beschreven
Kleijn weerelt Mens echt sijn, door opper-sin gedreven. Sin-vaerdich, Open-recht, Lauriert stijl, ruym rijmdicht. Ziel Min niet min, Natuer onsterflyk brengt int Licht. Smaeckt hemel aerde vrucht met vreucht. vracht hier dier land nu, Echt liefde, Lyff, Ziel-geest, eeuw leve Myrth om-rand u. Wens-dienst, vermaeck-profijt, nut nood u Nood. blust lust. Hier, nergens el, t’ een-al erff onrust vint sijn rust. C. Liens.
De gravure bevindt zich in de collectie van het Rijksmuseum te Amsterdam: objectnr.: RP-P1888-A-13417. |
Bron: DBNL
Zierikzee, De Laurieren
Bibliografie / Literatuur:
Terug naar Rederijkers in Zeeland
Laatst bijgewerkt 27 december 2025.