Lees meer
over dit object uit onze verzameling
Arnemuiden
Auteur(s) op 14 januari 2023
Trefwoord(en) , ,
Discipline(s) ,

Terug naar Rederijkers in Zeeland


De Aerentgens / De Plompkens

Zinspreuk: Niet sonder vrucht, 1578 / Plomp van verstande, 1580
Patroonheilige: Maria en het kind Jezus, feestdag?
Vroegste bronvermelding: 1578
Bron 01: blazoen
Bron 02: Johan Koppenol 1991, 55-87.
Laatst bekende bronvermelding: 1705 (benoeming overdeken door de Raad van Arnemuiden)
Bron: Kesteloo 1876, 134
Blazoenen:

Links:
1578 Oranjeboom met de wapens van Zeeland en Arnemuiden (zonder burcht) met de zinspreuk:
‘Niet sonder vrucht’.

Rechts:
1580 Maria met kind op plompblad met de zinspreuk:
‘Plomp van verstande’.

 

 

De twee bewaard gebleven blazoenen vermelden respectievelijk het jaartal 1578 en 1580. Aanvankelijk noemden de rederijkers van Arnemuiden zich ‘Aerentgens’ en later ‘De Plompkens’.
De arend komt tot op de dag van vandaag voor in het wapen van Arnemuiden, zo ook in dit blazoen. Vanaf 1582/83 onderhield men in Arnemuiden ook een heuse stadsarend (Kesteloo 1876, 50).
Bij de benaming ‘De Plompkens’ en de zinspreuk Plomp van verstande denk je aan onhandige, lompe figuren of aan zotheid. Nelleke Moser ziet dit soort benamingen eerder als een uiting van bescheidenheid om zich daarmee ondergeschikt te maken aan de goddelijke wijsheid dan dat de rederijkers zichzelf dom zouden vinden (Moser 2001, 86). Die ondergeschiktheid is in dit blazoen letterlijk uitgebeeld met Maria en kind boven op de bloem van de gele plomp.

De gele plomp is een waterplant (Nuphar lutea) met grote, gele bloemen die in sloten, vijvers en grachten groeit. Als metafoor staat hij voor natuur en schoonheid, terwijl de wortels diep in de modder duiden op onbekende diepten. Het laatste zou ook wel eens kunnen gelden voor de Arnemuidense dichters. Of zij deze opvatting kenden en/of deelden, zullen we nooit weten.

 

Geschiedenis
In 1578 was ‘Den Oraingenboom’ met de zinspreuk Niet sonder Vrucht aanwezig op de wedstrijd in Leiden, uitgeschreven door Jan van Hout, waar namens Arnemuiden een kamerbroeder optrad met de zinspreuk Lieft baert Vrede. Mogelijk bestond de kamer dus al in 1578 of eerder, zeker is in elk geval dat ze op 28 september 1580 een rekest indiende bij de raad van stad en de gevraagde steun verkreeg. Van 1581 tot 1616 duikt de kamer geregeld op in de stadsrekeningen en tot in het jaar 1705 benoemde de raad een overdeken.
Op 8 januari 1589 organiseerde de kamer een wedstrijd voor de Walcherse kamers. Hetzelfde jaar stelde een commissie een ordonnantie op, die niet bewaard is gebleven. De kerkeraad van Arnemuiden verzocht de lidmaten in 1598 uit de kamer te treden. Vanaf dat jaar tot 1620 rijzen er meermalen conflicten tussen de kamer en de kerkenraad.
De kamer voerde geregeld spelen in het openbaar op. Zo benoemde het stadsbestuur een commissie tot onderzoek van het spel van sinne dat de kamer wilde opvoeren tijdens de jaarmarkt van 1589. Op Vastenavond 1590 voerde ze een spel op. Ter gelegenheid van een loterij voor de bouw van een nieuw gasthuis speelde de kamer tweemaal op de markt. De relatie met de overheid was wisselend: de kamer kreeg geregeld vergoedingen en toestemming om te spelen, maar werd tegelijk nauwlettend in het oog gehouden. In 1644 kwamen kamer en stadsbestuur tot een vergelijk, na een voorafgaand conflict. Na het midden van de eeuw blijkt niets meer van activiteiten. In 1705 benoemde de Raad voor het laatst een overdeken, waarschijnlijk is de kamer kort daarop opgehouden te bestaan.
Bron: DBNL


Kroniek van de Plompkens


1578

Dichtwedstrijd in Leiden op 6 oktober. Deze wedstrijd werd gehouden tijdens de jaarmarkt ter viering van het ontzet van Leiden op 3 oktober 1574. Het gedicht met de uitnodiging werd geschreven door Jan van Hout. De opzet was om handelaren, marktkooplui en kooplustig publiek naar Leiden te lokken. Daartoe werd een prijskaart gedrukt in een oplage van 1000 exemplaren, waarvan er niet een is overgeleverd. De wedstrijd werd mede georganiseerd door de Leidse rederijkerskamer ‘De Witte Acoleyen’. Uiteindelijk namen er 17 dichters deel aan de wedstrijd. De opdracht was om een gedicht te schrijven in een vaste dichtmaat. De inzenders waren zowel particulieren als rederijkers, waaronder de bekende Antwerpse factor van ‘De Goutbloem’, Jeronimus van der Voort die vanaf 1585 lid was van de Vlissingse rederijkerskamer ‘De Blaeu Acolye’.
Namens  Arnemuiden werd er deelgenomen door een kamergenoot met de zinspreuk Lieft baert vrede. Dit devies werd gebruikt door Pieter Vergeelseun van wie nog meer dichtwerken bekend zijn. De gedichten van de 17 deelnemers zijn overgeleverd en worden bewaard in het archief te Leiden.
______________________________
Bron 01: De tekst van de prijskaart in dichtvorm in: Jan Jansz Orlers, Beschrijvinge der Stadt LEYDEN, Delft / Leiden 1641, 269-271.
Bron 02: Koppenol 1991, 55-85. In dit artikel een uitgebreide analyse over deze wedstrijd.
Bron 03: Van de Ketterij 2022.
Bron 04: Zie de DBNL voor bronnen met dichtwerken van Pieter Vergeelseun.
Bron 05: GAL 2006 f, nrs. 8 t/m 24.

1580

Rekest < 28 september: De kamer van retorica dient op rijm een verzoek in aan de stadsraad van Arnemuiden om een kamer op het stadhuis beschikbaar te stellen voor de rederijkers. Daarnaast vragen ze om een subsidie en om de ordonnantie te herzien.
Rekest 28 september: De beschikking op het rekest luidt: “Burgemeesters, schepenen en raden (der stad Arnemuiden), beschikkende op het rekest van de Kamer van Retorika, op den kant waarvan deze geschreven is (zie nr. 240) staan den verzoekers voorloopig toe met anderen vergadering te houden; bij gemis van eene kamer op het stadhuis zich elders met eene kamer te behelpen, waarvoor eene gratuiteit zal worden toegestaan; en, indien zij zulks wenschen, zich in hare vergaderingen in eenige ordonnantie of breuken te verbinden.”
Rekest circa 1580: “De kamer van retorika ‘Plomp van Verstande’ verzoekt (in dichtmaat) aan baljuw, burgemeesters en schepenen der stad Arnemuijden eenigen onderstand uit de verpachting van de domeinen.”
______________________________
Bron 01: ZA regest 240, voor 28 september (verzoek) en regest 241, 28 september (beschikking);  ZA inv.nr. 1353.
Bron 02: ZA regest 243, circa 1580 (verzoek)

1581

Kerkenraad 15 oktober: Er wordt besloten dat Govert Heindryx met Mr. Hubert Franssen naar de classis zal gaan en om daar melding te doen van de spelen van de Rederijkerskamer en te vragen hoe men daar over denkt. Franssen was predikant van Arnemuiden van 1575-1584.
Rekest < 2 december: De kamer van retorica verzoekt de stadsraad om financiële ondersteuning en vrijdom van de belasting op bier.
Rekest 2 december: De beschikking op het rekest luidt: “Burgemeesters en schepenen, beschikkende op het rekest van Retorika, op den kant waarvan deze geschreven is, vergunnen den verzoekers de som van 6 pond grooten Vlaams, en gelasten den tresoriers dit bedrag aan hen te betalen, die in de rekening, mits deze overbrengende, gepasseerd zullen worden.”
Stadsrekening 332: De stad betaalt ‘die van Rethorica’ vier pond als geschenk.
______________________________
Bron 01: Website Arnehistorie, Verouden: Acta Kerkenraad, Overzicht predikanten.
Bron 02: ZA regest 268, voor 2 december (verzoek) en regest 269, 2 december (beschikking); ZA inv.nr. 1353 (verzoek) en 1354 (beschikking).

1582

Betaling Jan Symons ‘over zeker laken by die van Retorica tzynen huyse gehaelt’. Hij ontvangt 2 pond 5 schellingen 7 groten.
6 pond wordt uitbetaald op 24 december als bijdrage in de onkosten van de kamer voor haar medewerking tijdens de jaarmarkt.
______________________________
Bron: ZA inv.nr. 333.

1584

Betaling kamerhuur van 10 schellingen op 30 september voor een kamer in ‘De Sterre’. De stadsraad blijkt haar toezegging van 28 september 1580 na te komen.
______________________________
Bron: ZA inv.nr. 335.

1585/1589

Na het overlijden van predikant Hubrecht Fransz. in 1585 hertrouwt zijn weduwe met Hans van der Hage, kleermaker, procureur en componist van de rederijkerskamer te Arnemuiden. De componist is de schrijver van toneelstukken. De stedelijke regering was zo tevreden over deze rederijker dat zij hem op 15 september 1589 vrijdom verleende van wacht en inkwartiering.
______________________________
Bron: Kesteloo 1876, 132, 280-281.

1586

Betaling kamerhuur: ‘Louis Baston verhuurde een camer tzijnen huijsse tot behouff vande Rethorica’ en ontvangt daarvoor 23 schelling. Louis Baston is ‘klokkenspeelder’ en verhuurt gedurende diverse jaren een kamer aan de rederijkers, zoals in 1590 “de Groote Camer” voor de prijs van 33 schelling en 4 groten, vermoedelijk inclusief een jaar klokken luiden. Hetzelfde gebeurde in 1592, 1593 , 1594  en 1595.
______________________________
Bron: ZA inv.nr. 337, 340, 343, 344, 345 en 346.

1589/1590

Wedstrijd op 8 januari 1589 voor de rederijkerskamers op Walcheren georganiseerd door de kamer van Arnemuiden.
Instelling commissie op 31 mei 1589 die een ordonnantie voor de kamer moet ontwerpen. Deze is op 26 juli 1589 gereed, maar niet aan ons overgeleverd. Overdeken was Pieter Albrechtsz van der Graft.
Er werd op genoemde datum eveneens een commissie ingesteld  met de opdracht het spel van zinne te onderzoeken dat de kamer voornemens was in het openbaar op te voeren tijdens de eerstvolgende jaarmarkt. Op vastenavond 1590 speelden de rederijkers op de markt.
______________________________
Bron 01: Meertens 1943, 105.
Bron 02: Kesteloo 1876, 131-132.

1595

Op 23 mei 1595 gaf het stadsbestuur toestemming aan enige Vlamingen, die eerder in Domburg hadden gespeeld, om ook in Arnemuiden een stuk te komen opvoeren. Dit was tegen het zere been van de lokale rederijkers. De toestemming bleef echter gehandhaafd, wel zouden de Plompkens voorrang krijgen als zij ook een stuk wilden spelen.
______________________________
Bron 01: Kesteloo 1876, 131.

1598

De kerkenraad verzoekt haar lidmaten om de rederijkerskamer te verlaten.
Leden voor de kamer werden genomineerd door de magistraat hetgeen in het algemeen als een eer gold. Maar er waren ook weigeraars blijkens de akte van 17 en 20 oktober 1598: Thomas Cornelisz Backer, Corstiaen Cornelisz en Pieter Robbertsz Timmerman. Zij wilden ‘om des gewetens wille’ geen lid worden van de rederijkerskamer. De kamer diende derhalve een rekest in met het verzoek om de weigeraars te dwingen lid te worden. En aldus geschiedde.
______________________________
Bron 01: Kesteloo 1876, 132.
Bron 02: ZA: inv.nr. 15, scan 86-88;  Feij, De rederijkerskamer met de getranscribeerde tekst van de akte.

1600

Rekest circa 1600 waarbij de leden van ‘De Plompkens’ aan het bestuur van de stad vragen of zij enkele personen kunnen dwingen om mee te doen aan een stuk van de kamer (‘een excellent vertooch’). Een concept van het stuk is bijgesloten. Toelichting ZA: De rederijkers noemen een aantal personen die de stad naar believen zal kunnen aanwijzen:

  • Johan van Trenten in Abrahams Schoot met zijn trompet, die wy grootelick van doene hebben (die zeer nodig is);
  • Jan Willemszoon Boom in de lijnbaan, die als hij op het stadhuis zijn Middelburgse eed zal doen tegelijk de eed van de kamer kan afleggen;
  • Adriaen Gast Bierwercker, die ook zijn eed van de kamer kan komen afleggen;
  • Jeroon de Backer;
  • Thomas de Backer;
  • Pieter Corneliszoon Koe;
  • Christiaen Pieterszoon in de Cardinaels Hoet;
  • Gerrit Wouterssen Smit;
  • Pieter Robrechtszoon Timmerman;
  • Willem Terlinck, die nu soude onse principael personage wesen om een vrou te spelen;
  • Joris de Clockspeelder, ‘die onse cantique soude stellen'(= gezang).
    ______________________________
    Bron: ZA inv.nr. 1355.

1610

De kamer van Arnemuiden brengt in 1610 een bezoek aan de rederijkerskamer van Veere.
______________________________
Bron: ZA 2515, Kamer van Retorica ‘Missus scholieren’ te Veere, inv.nr. 3: 1590-1659, 1604, f. 76r.

1611/1612/1616

Tijdens een loterij in 1611 ten behoeve van een gasthuis speelden de rederijkers tweemaal in het openbaar. Een jaar later kregen ze op 19 juni 1612 toestemming om de daarop volgende zondag en maandag de comedie van patientighe Christelles op te voeren. In de zomer van 1616 speelden zij het spel vande Cambises, waarbij ze geassisteerd werden door speellieden (muzikanten).
______________________________
Bron: Kesteloo 1876, 131.

1617/1618

In 1617 wilde de kamer Het spel van Koning Darius opvoeren voor publiek, dat werd in eerste instantie geweigerd, maar uiteindelijk toegestaan. Een jaar later in 1618 werd de opvoering tegengehouden, maar door de vasthoudendheid van de kamer besloot de magistraat van Arnemuiden af te wachten wat die van Middelburg zouden doen. Eveneens in 1617 aarzelde de magistraat met goedkeuring voor een opvoering van Het spel van Abraham. Een en ander werd veroorzaakt door de houding van de kerkenraad die het liefst de lidmaten zag vertrekken bij de rederijkers.
______________________________
Bron: Kesteloo 1876, 131-132.

1620

In 1620 benaderde de kerkenraad de magistraat van Arnemuiden met het verzoek om de rederijkers het spelen in het vervolg te verbieden. Met name moest ene Salomon onder handen genomen worden ‘dewelke den persoon Godes gespeeld had’. Vermoedelijk betreft het hier dezelfde Salomon de Backer die zich in 1644 sterk maakt om het in beslag genomen tinwerk van de kamer terug te krijgen.
______________________________
Bron: Kesteloo 1876, 132.

1642 / 1644

In 1642 is er een memorie (volgens Kesteloo, nog niet gevonden) waarin het afstaan van ‘oud tin’ beschreven staat. Een en ander had te maken met achterstanden in de kamerhuur. Er werden toen twee dozijn tinnen borden (teljoren) en tien tinnen schotels ingeleverd. Er blijkt ook zilver te zijn ingenomen, want in 1644 lukt het Salomon de Backer om in beslag genomen zilver (kolfjes en schildjes, zie ‘Varia’) weer te laten restitueren aan de kamer. Na zijn dood moest dit ‘stadstin’ weer worden ingeleverd bij de magistraat wat ook gebeurde. En de huur? Die werd voldaan door de stad.
______________________________
Bron 01: Kesteloo 1876, 134.
Bron 02: ZA, inv.nr. 21, scan 132-133.
Bron 03: ZA, inv.nr. 33, scan 15.

1705

Laatste van de jaarlijkse benoeming van een overdeken van de kamer door de Raad van Arnemuiden. Vermoedelijk was die benoeming al jarenlang alleen voor de vorm, want er zijn al decennialang geen rederijkersactiviteiten bekend.
______________________________
Bron: Kesteloo 1876, 134.

 


Bronnen


Publicaties:
Bibliografie / Literatuur:

  • Kesteloo, H.M., Geschiedenis en plaatsbeschrijving van Arnemuiden. Middelburg 1876, 85, 129-134, 147 bijlage B, nr. 2.
  • Ketterij, Gertrude van de, ‘De rederijkerscultuur in Arnemuiden’; in: Arneklankendeel I en II in 2021, deel III in 2022.
  • Koppenol, Johan, “In mate volget mi: Jan van Hout als voorman van de renaissance”; in: Spektator. Jaargang 20 (1991), 55-85.
  • Meertens P.J., Letterkundig leven in Zeeland in de zestiende en de eerste helft der zeventiende eeuw, Amsterdam, 1943, 105-106.
  • Moser, Nelleke, De strijd voor rhetorica. Poëtica en positie van rederijkers in Vlaanderen, Brabant, Zeeland en Holland tussen 1450 en 1620. Amsterdam 2001.
  • Website: www.arnehistorie.com:
    – P.J. Feij: Uittreksels uit de stadsrekeningen van Arnemuiden;
    – P.J. Feij: De rederijkerskamer te Arnemuiden met onder andere enkele rekesten op rijm volledig weergegeven;
    – A.H.G. Verouden: acta Kerkenraad 1575-1583, overzicht predikanten 1575-1820.

 

Archivalia:

Zeeuws Archief (ZA) te Middelburg:

  • 1200 Stad en Gemeente Arnemuiden 1431-1857, 1431-1857 (1892); Conceptresoluties van het bestuur van Arnemuiden, nr. 33: 25 juli 1643 – 31 augustus 1644: 25 maart 1644 (scan 15).
  • 1200 Stad en Gemeente Arnemuiden 1431-1857, 1431-1857 (1892); regestenlijst: 1580-1589 (regestnummers 214-490), nr. 240: < 28 september 1580; nr. 241: 28 september 1580; nr. 243: circa 1580; nr. 268: < 2 december 1581; nr. 269: 2 december 1581. nr. 1353-1355 rekest 1581 en ca. 1600. 499 500
  • 1200 Stad en Gemeente Arnemuiden 1431-1857, 1431-1857 (1892); inventaris: de stadsrekeningen zijn ongefolieerd en online te raadplegen. In de  volgende inventarisnummers is informatie aangetroffen over rederijkers: nr. 15 7 januari 1595 – 24 maart 1601 (resoluties); nr. 21 25 januari 1631 – 6 mei 1654 (resoluties); nr. 332 1580/1581; nr. 333 1581/1582; nr. 335 1584/1585; nr. 337 1586/1587; nr. 340 1589/1590; nr. 343 1592/1593; nr. 344 1593/1594; nr. 345 1594/1595;nr. 346 1595/1596.
  • Gemeente Archief Leiden (GAL), inv.nr. 2006 f, Stukken omtrent het beleg en ontzet, omslagen nrs. 8 t/m 24.

 

Varia:

       

Materiële voorwerpen: 3 zilveren en 1 koperen kolfje; 3 zilveren schildjes. Zie de tekst bij 1644.
De herkomst en het gebruik van deze voorwerpen staan beschreven in het artikel De materiële cultuur in de rederijkerskamer van Arnemuiden van Jan van Loo.
https://kzgw.z2d.nl/wetenschappelijke-artikelen/de-materiele-cultuur-in-de-rederijkerskamer-van-arnemuiden-over-kolven-en-brugse-schildjes/

 

Repertorium rederijkerskamers DBNL:
Arnemuiden, De Aerentgens / De Plompkens: BEKIJK BRONNEN

De foto’s van de blazoenen zijn beschikbaar gesteld door het Historisch Museum Arnemuiden, waar de rederijkersborden te zien zijn. Het museum is gevestigd in het voormalig stadhuis van Arnemuiden.

Laatst bewerkt 15 februari 2026.
Terug naar Rederijkers in Zeeland