Lees meer
over dit object uit onze verzameling
Blog 113 Rederijkers in Nisse en hun grondbezit

Terug naar overzicht blogs

Door: Ko Dek

In dit blog gaan we in op een van de manieren waarop rederijkers hun activiteiten financierden. Werd je lid van de rederijkers dan betaalde je jaarlijks contributie. Ook boetes die leden betaalden voor het niet nakomen van gemaakte afspraken behoorden tot de inkomsten. Verder was er de doodschuld. De doodschuld, soms ook ante obitum genoemd, is een bedrag dat het sterfhuis (de directe familie van de overledene) betaalt aan een corporatie waarvan de overleden persoon lid was (in dit geval dus het rederijkersgilde). [1] Soms vormden vaste subsidies van lokale overheden een inkomstenbron. [2] En dan was er het grondbezit. “Op het Zeeuwse platteland hadden kamers nog wel eens een lap grond waarvan de jaarlijkse opbrengst bijdroeg aan de instandhouding van het gezelschap”. [3]

Het grondbezit van rederijkerskamers is terug te vinden in zogenaamde overlopers, registers van grondeigendommen, aangelegd door een polderorganisatie. In principe werd elke zeven jaar de grootte van kavels vastgelegd, men liep daarvoor letterlijk over het land met eenvoudige landmeetapparatuur, om op grond daarvan het geschot of schot (de grondbelasting) te kunnen vaststellen. [4] Op Schouwen werd overigens de naam veldboek gebruikt, in Vlaanderen ommeloper, maar ook everingsboek en hevenboek komen voor [5] Overlopers mogen gezien worden als een pre-kadastrale bron. [6]

Van de rederijkerskamer van Nisse is vrij weinig bekend. We weten tot nu toe geen oprichtingsdatum, geen naam van het gilde, ook niet hun zinspreuk, niet hun patroonheilige. Over de kamer van Nisse wordt vermeld: was actief tot ongeveer 1740 en daarna weer tijdelijk rond 1790 . [7] Een eerste spoor van het gilde vinden we in 1589 en wel in een overloper. In de overloper van Heer Abtskerke uit 1589 staat bij de Barbelshouck inderdaad genoteerd als eigenaar: “De Camer van Rethorica in Nisse, 1G 58R”. [8] 1G 58R geeft de oppervlakte van de kavel aan, in dit geval 1 gemet en 58 roeden, wat ongeveer gelijk staat aan bijna 5000 m2, nog net geen halve hectare. Dat dit grondbezit heeft geleid tot pachtinkomsten (land- en wegpagten) wordt bevestigd door een rekening waarin de pachtinkomsten, 2 pond en 10 schellingen, van de kavel in Schagtstreeke worden vermeld voor de periode 1723-1726. [9]

Afb. 1 Rekening pachtinkomsten Schagstreeke 1723-1726

Verder is er een purgatieve rekening [10] waarop de pachtinkomsten voor de periode 1727-1735 staan: 3 pond, 12 schellingen en ¼ grooten. [11] We lezen in beide documenten (Afb. 1 en Afb. 2) ook de naam van de pachter (de baander). We komen ook te weten dat pachter Adriaan de Hase in 1733 de pacht overnam van Janis Moerman. Reden: door insolventie van Janis Moerman.

Afb. 2. Pachtinkomsten Schagtstreke 1727-1735

Een verdere vermelding van grondbezit van de rederijkers van Nisse na 1589 is te vinden in een overloper uit 1708 van ’s Heer Abtskerke, het gaat dan om een kavel in de Berbelshoek, gelegen op het grondgebied van ’s Heer Abtskerke. [12] Aan de oppervlakte, 1G 58R, is te zien dat het om dezelfde kavel gaat als die in de overloper van 1589 wordt genoemd. Onroerend goed verandert niet snel van eigenaar en hier wordt 119 jaar na de eerste vermelding de “Rethoricakamer van Nisse” nog steeds als eigenaar van de kavel aangeduid. Ook hier zullen de rederijkers van Nisse pachtgelden hebben ontvangen, maar de hoogte van de pachtsom wordt niet in de overloper genoemd.

Afb. 3. Grondbezit in Berbelshoek in 1708.

In de overloper van Nisse van 1702 trof ik een bijzonder inlegvel aan. [13] Het betreft een aantekening over het handbooggilde en het rethoricagilde in Nisse. We lezen er de namen Schagtstreke, Welhoek, Schouwersweel, Troostweg (met de toevoeging “’s H[eer] Abt[s]k[er]ke”) en Berbelshoek. Het zijn de gebieden waarin het rethoricagilde van Nisse in 1702 kavels in bezit had. Het gaat in totaal om 6 gemeten en 170 roeden. Die kavels hebben het rethoricagilde dus pachtinkomsten opgeleverd, maar die worden hier niet vermeld. Opvallend is de aantekening links onder waar over dit grondbezit wordt vermeld: “door de ambachtsheer in 1798 zich toegeëigend”. Het inlegvel is niet ondertekend en niet gedateerd. Het moet gezien de tekst tijdens of na 1798 aan de overloper van 1702 zijn toegevoegd.

Afb. 4. Inlegvel overloper Nisse 1702.

De ambachtsheer in 1798 moet Jan Hendrik Verschoor geweest zijn (1769-1843), die in 1793 trouwde met Cornelia Wernerina Spijker, vrouwe van Nisse en Sinoutskerke. In 1797 verschijnt zijn naam, nu als J.H. Verschoor van Nisse, als een van der ondertekenaars van de purguratieve rekening van het Rethoricagilde Nisse. [14]

Afb. 5 Ondertekenaars purguratieve rekening van 1797

Opmerkelijk is dat die toe-eigening alleen geldt voor het Retoricagilde en niet voor het Handbooggilde. Achter de kavels die behoren tot het handbooggilde staat een accolade met daarnaast de tekst “overl. 1702”. Bij het Retoricagilde staat bij eenzelfde accolade ook nog een + vermeld. De betekenis van dat + teken wordt links onderaan vermeld, het gaat om de toe-eigening van de vijf kavels grond van het Retoricagilde door de ambachtsheer in 1798. We kunnen dus uit deze gegevens afleiden dat het Rethoricagilde in Nisse in 1798 eigenaar moet zijn geweest van vijf kavels grond. Die toe-eigening waarover het inlegvel uit de overloper van 1702 spreekt, speelt zich af in een woelige periode in de Nederlandse geschiedenis, die van de Bataafse Republiek. In 1795 begint een politieke omwenteling en als gevolg daarvan worden gilden ontbonden en hun goederen worden geconfisqueerd.

Uit archiefstukken blijkt dat Samuel du Pont in de periode voorafgaande aan de omwenteling van 1795 de inkomsten van pachtgelden van het Rethoricagilde heeft geadministreerd, “…in het oude bestuur van zaken voor den jare 1795”.  [15] Hem wordt dringend verzocht de administratie te overleggen aan het nieuwe bestuur, maar Du Pont “…blijft halsstarrig weigeren…”. Het nieuwe bestuur wil hem ontslaan als zijnde onbevoegd en slaagt daar ook in. Du Pont wordt op 8 oktober 1799 .“ingevolge een resolutie van het Departement van Schelde en Maas van zijn betrekking….ontzet..”. [16] De motivering van dit ontslag zal niet hebben gelegen in tekortkomingen in de administratie van de pachtinkomsten maar “…overmits dezelve is een openbaar aanhanger van het stadhouderlijk en federatief bestuur en een bekende wederstrever van de groote beginselen der omwenteling van 1795” . [17] Een afrekening dus. Exit Du Pont. Maar die doet dat in stijl. Hij draagt de bescheiden netjes over (Afb.4) en zo krijgen we eind 18e eeuw weer informatie over het Rethoricagilde. Het gilde beschikt over contanten: 20 pond, 18 schellingen en ¾ grootten Vlaams. De pachtinkomsten van de kavel in Berbelshoek bedragen 32 schellingen en die van Schagtstreeke 20 schellingen en 6 grootten. [18]

Afb. 6. De eindafrekening uit november 1799.

Met deze eindafrekening lijkt een eind te zijn gekomen aan het Rethoricagilde in Nisse. Maar ik kijk toch nog even verder in een aantal 19e -eeuwse overlopers. Die leveren een onverwacht resultaat op.

Een overloper van 1807 laat zien dat de kavel in de Berbelshoek nog steeds wordt genoteerd als zijnde in eigendom van de “Rethorica Kamer Nisse”. [19]

Afb. 7. De kavel in Berbelshoek in de overloper van 1807.

In een overloper wordt altijd een rechtspersoon als eigenaar vermeld. We stelden al eerder dat een overloper beschouwd mag worden als een pre-kadastrale bron. Zou het kunnen dat de toe-eigening door de ambachtsheer in 1798 , tijdens de revolutionaire tijden van de Bataafse Republiek, een vorm van bescherming is geweest? De overheid kon op die manier het Rethoricagilde niet onteigenen. Of wilde de ambachtsheer die kavel graag zelf hebben en zag hij in die woelige periode zijn kans? Vragen genoeg dus.

Sinds ik deel uitmaak van de projectgroep rederijkers heb ik de misschien wat aparte gewoonte om op elke serieuze website in de zoekbalk de term “rethoricagilde” en spellingsvarianten daarvan, in te voeren. Je weet tenslotte maar nooit. En zo zorgde de pagina “Zeeuwen gezocht”, onderdeel van het Zeeuws Archief, voor een grote verrassing: het Rethorica Gilde in Nisse bleek in 1832 kadastraal eigenaar te zijn van een kavel grond. Ook het Rethoricagilde van Kapelle bleek grond te bezitten in het gebied rond Nisse. Zelfs de zoekterm “Rethorische Kamer” trof doel, de rederijkers van Nisse bleken ook grond te bezitten in het gebied van ’s Heer Abtskerke.

Informatie uit het kadaster

In 1832 werd het kadaster opgericht, hierin is van al het vastgoed in Nederland (grond en gebouwen) geregistreerd wie welke rechten heeft. Op de cultuurhistorische kaart van Zeeland, online te raadplegen, staat in afdeling Cultuurhistorie ook de Historische Kadastrale kaart van 1832. [20]
De pagina’s tonen de kadastraal eigenaar van elke kavel, zo kwam via “Zeeuwen gezocht” o.a. kavel B231, gelegen in het grondgebied van ’s Heer Abtskerke, tevoorschijn, die bleek eigendom te zijn van de Retorische Kamer van Nisse.

Afb.8. De Rethorische Kamer van Nisse als kadastraal eigenaar in 1832 van kavel ’s Heer Abtskerke B231. [21]

De grootte van kavel B231 in 1832 is 0,483ha en dat komt overeen met de grootte die in 1589 werd aangegeven, 1 gemet en 58R, bijna een halve hectare.

Ook de onderliggende bron is online te bekijken op de Historisch Kadastrale kaart van Zeeland, het zijn de zgn OAT’s, de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafels. Hieronder die van kavel ’s Heer Abtskerke B231. [22]

Afb. 9. Uitsnede uit de OAT van ’s Heer Abtskerke 1832.

De oude topografische situatie kan ook worden geprojecteerd op de huidige, zoals in Afb. 10 is te zien. Kavel B231 ligt aan de Gerbernesseweg (vroeger de Sabtskerkse Zandweg), de weg van Nisse naar ’s Heer Abtskerke. [23]

Afb. 10. Ligging van Kavel B231.

De Koornmolen, gelegen aan de weg van Nisse naar ’s Heer Abtskerke, is op een prent van Smallegange uit 1696 rechtsboven te zien. [24] Het is een mooi referentiepunt, de kavel van het Rethoricagilde van Nisse ligt er vlakbij. De molen, later herbouwd, is tegenwoordig een Rijksmonument.

Afb. 11. Ambachtsheerlykheyd van der Nisse (1696) met rechtsboven de molen aan de Sabskerkse Zandweg (klik om te vergroten).

In HisGis (Historisch Geografisch Informatiesysteem) is het oudste kadaster dat in de Franse tijd is gestart en in 1832 in Nederland in werking trad, gedigitaliseerd. Van elke kavel is o.a. omvang, gebruik en eigenaar aangegeven. Binnen HisGis is er een aparte afdeling voor Zeeland. [25] Het is nu mogelijk om de ligging en de informatie over de kavel digitaal op te vragen. We zien vergeleken met afb. 10 een fraaier kaartbeeld en meer informatie, zoals de hoogte van de grondbelasting. [26]

Afb.12. Uitsnede uit HisGis met info over kavel B231 in Berbelshoek in 1832.

Ook kavel B108, gelegen in Schagtstreke was niet alleen in 1589 maar ook in 1832 eigendom van de rederijkers van Nisse. In de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafels (OAT) van Nisse wordt als kadastraal eigenaar vermeld het Rethorica Gilde Nisse. [27]

Afb. 13. Uitsnede uit OAT betreffende kavel B108 in Schagtstreeke.

Ook kavel 108 is in HisGis weergegeven. [28]

Afb. 14. Uitsnede Hisgis van kavel Nisse B108 in Schagtstreeke.

De overloper van 1856 is de laatste waarin kavel B231 wordt vermeld. [29] De kavel is te herkennen aan de oppervlakte, 1G 58R, en uiteraard aan de naam van de eigenaar, hier vermeld als Rethorica Kamer Nisse.

Afb.15. Vermelding grondbezit van de Rethorische Kamer Nisse in de Berbelshoek(1856). Het betreft hier kavel B231.

Na 1856 zijn er geen meldingen meer te vinden. Ik besluit om Delpher te raadplegen en gebruik daarvoor de zoekopdracht “Berbelshoek”, Dat levert een advertentie op uit 1865 over de verkoop van vijf kavels gelegen in de Gemeente Nisse en een in de Gemeente ’s Heer-Abtskerke. [30] Onder nr. 5 en 6 vinden we de kavels B108 en B231, de kavels die de rederijkers van Nisse in hun bezit hebben gehad.

Afb. 16. De kavels van het Rethorica Gilde gaan in 1865 in de verkoop.

Van notaris Rembges uit Kruiningen, die in de advertentie wordt genoemd als de optredend notaris, bevindt zijn archief zich in het Zeeuws Archief. Daarin is de laatste aanwijzing te vinden over het grondbezit van rederijkers in Nisse. De notariële akte vermeldt over de te verkopen kavels : “…welke goederen vroeger hebben toebehoord aan de voormalige Handboog- en Rethoricagilden te Nisse …” . [31] De administrateur van de bezittingen van het voormalig Rethoricagilde, de heer Kakebeeke, wordt vermeld als eigenaar:  “….deze staat in eigendom zijn toegewezen bij vonnis van de Regtbank te Goes, van den dertienden januari 1865”


Afb.17 Fragment uit de notariële akte.

Slot

De rederijkers van Nisse zijn lange tijd grondbezitter geweest. Het begon in 1589 met twee kavels. Later hadden ze ook elders in de omgeving van Nisse tijdelijk kavels in bezit. Het gilde ontving pachtinkomsten, we vonden daarvan bewijzen in rekeningen. Dat ondersteunt de gedachte dat het gilde in elk geval actief is geweest tot ongeveer 1740. Rond 1790 zou het gilde weer op het toneel zijn verschenen. Het kreeg dan in 1795 te maken met de gevolgen van de grote politieke omwentelingen waarbij goederen van gilden werden geconfisqueerd. Dat er in die tijd een actief rederijkersgilde heeft bestaan is misschien af te leiden uit het verzet dat eind 18e eeuw door een administrateur is geboden om een overzicht van de goederen over te leveren aan het nieuwe bewind.

Voor de periode na 1800 hebben we tegenstrijdige informatie over het bestaan van een rederijkerskamer in Nisse. Aan de ene kant blijkt dat eind 18e eeuw gilden werden opgeheven en onteigend. Aan de andere kant zijn er de bewijzen van landeigendom in overlopers en kadaster die erop wijzen dat in elk geval de rederijkerskamer in Nisse als rechtspersoon bleef bestaan. Wellicht moeten we de rederijkerskamer van Nisse na 1800 zien als een lege huls die alleen juridisch, op papier dus, bestond. Misschien lijkt die situatie op een lege B.V. van tegenwoordig. Wanneer we er op deze manier naar kijken dan is het te begrijpen dat de Gemeente Nisse in 1865 zijn zaken eens administratief gaat opschonen en kavels van voormalige gilden verkoopt.

Het onderzoek van de periode na 1800 heeft in elk geval wel de precieze locatie van twee kavels opgeleverd, de kavel in Schagtstreeke en de kavel in Berbelshoek. Dit zijn nou net de twee kavels waarmee de rederijkerskamer van Nisse in 1589 zijn grondbezit is gestart.

Bij het onderzoek naar rederijkers speurt de projectgroep Rederijkers in Zeeland in stadsrekeningen, kerkenraadsnotulen, rechtbankverslagen, verzenboeken, statuten, notulen enz. Ook overlopers zijn een bron van informatie, maar die zijn toch minder eenvoudig dan ik oorspronkelijk dacht..
Over de rederijkerskamer van Nisse wisten we nog weinig, nu misschien iets meer. Er blijft nog veel te onderzoeken.

En de boer, hij ploegde voort.
Wij ook.
In archieven.

 

Noten

[1] Wikipedia, doodschuld.
[2] Dixhoorn, Arjan van, Lustige geesten, Rederijkers in de Noordelijke Nederlanden (1480-1650), Amsterdam 2009, p. 61.
[3] Ibidem, p.61.
[4] Klerk, Aad de, De Oude kaarten van Zeeland. Stad en dorp, land en water in vier eeuwen cartografie. Zwolle 2015, p. 122.
[5] Kraak, A.J., De overlopers als historisch-geografische bron,
//journal-archive.aup.nl/tijdschrift-voor-historische-geografie/1984
. p.47.
[6] Ibidem, p.47.
[7] https://kzgw.z2d.nl/wetenschappelijke-artikelen/nisse/
[8] J. Minneboo, ’s Heer-Abtskerke overloper 1589. Transcriptie, 1990. Serie Publicaties der Prae-1600 Club, nr. 34, p. 26.
[9] GA Borsele te Heinkenszand, Rekeningen van inkomsten en uitgaven, archiefnr. 1152.
[10] Woordenboek Nederlandse Taal: 2. “waardoor iemand zich verantwoordt . “Purgatieve rekening. Veroud.”
[11] GA Borsele te Heinkenszand, Rekeningen van inkomsten en uitgaven, archiefnr.1153.
[12] GA Goes, ’s Heer Abtskerke, overloper 1708/ 1709, inv.nr. 920.
[13] GA Borsele te Heinkenszand, inlegvel bij overloper van der Nisse verheverd en overgeset in den jare 1702, Archiefnr. 1377.
[14] GA Goes, Handschriftenverzameling , ab Utrecht Dresselhuis, J., Aantekeningen en afschriften van brieven over het rethorica- en handbooggilde te Nisse. 1799. Archiefnr. 31.
[15] Ibidem.
[16] Ibidem.
[17] Ibidem, sectie A
[18] Ibidem, sectie B, de nota is elders in sectie B gedateerd 16 nov. 1799.
[19] GA Goes, archief.nr. 927.
[20] https://kaarten.zeeland.nl/map/cultuurhistorie
[21] Schermopname historisch kadastrale kaart 1832 m.b.t kavel 231
[22] ZA Middelburg, OAT 994 HAB-B-013.
[23] Uitsnede Historisch Kadastrale Kaart 1832 met ligging kavel B 231
[24] https://nl.wikipedia.org/wiki/Hof_ter_Nisse_(Nisse)#/media Bestand :
ANTIQUE PRINT OF THE HEERLIJKHEID NISSE ESTATE BY SMALLEGANGE (1696).
[25] https://hisgis.nl/kaartviewer/zeeland/  (klik op de kaart en zoom in voor het gebied en de kavel naar keuze).
[26] Ibidem, uitsnede HisGis kavel B231.
[27] ZA Middelburg, uitsnede OAT 994-NIS-B-006.
[28] Uitsnede HisGis kavel Nisse B108.
[29] GA Goes, ’s Heer Abtskerke. Overloper 1856, inv.nr 931.
[30] Middelburgsche Courant, 10-10-1865, p4.
[31] ZA Middelburg, 13.2  Notariële Archieven Zeeland 1842-1895, 1842 okt.      16-1895, 1004, 141-146 (scan 143).

 

Via de nieuwsbrief van het KZGW blijft u altijd op de hoogte van de berichten van Rederijkers Zeeland. Ook zonder lid te zijn van het KZGW kunt u zich via deze link voor de nieuwsbrief inschrijven.

Terug naar Rederijkers in Zeeland