- Nieuws
- Collectie
- Publicaties
- Werkgroepen
- Jeugd
- Wetenschapsplatform
- KZGW
Wat is een colve en hoe werd die door de rederijkers ingevuld? Wat hebben zilveren kolfjes hiermee te maken, met andere woorden waarvoor werden ze gebruikt? En is er een relatie met het toenmalige balspel kolven? De term colve inclusief de afleidingen en samenstellingen wordt uitsluitend besproken in relatie met de rederijkerscultuur.
De rederijker die meedoet met de colve of gerechtigd is om mee te doen.
Dit is de belangrijkste persoon tijdens de colven. Hij is degene die de leiding heeft en de colve in goede banen moet leiden.
Een miniatuur kolfstok is te vergelijken met de hedendaagse golfstick (zie foto’s).
In het artikel van Marie de Man over de gildepenningen van de rederijkerskamer het ‘Bloemken Jesse’ uit Middelburg staat een opmerkelijke voetnoot: “In Vere waren de broeders in drie of meerdere ‘colven’ verdeeld, met een kolfmeester aan het hoofd. Als teeken zijner waardigheid droeg hij dan een zilver kolfje aan een lint [curs. JvL] op de borst.”[2] Als bron wordt Schotel[3] genoemd, die gewoonlijk geen bronnen vermeldt. Hoe nu verder?
De vermelding van Veere helpt ons verder. Bij elke colve hadden andere leden van de kamer de taak van kolfmeester. Het lijkt dan logischer dat deze zijn kolfje uitgereikt kreeg door de kamer (dat hij na afloop moest inleveren) dan dat ieder lid er zelf een moest aanschaffen. In het geval dat de kamer kolfjes aanschaft, moeten er sporen terug te vinden zijn in het rekeningenboek en die van Veere zijn bewaard gebleven. Zou daarin iets te vinden zijn? De jaarrekeningen van de Missus Scholieren uit Veere bevatten in sommige jaren een inventaris met een opsomming van de goederen in bezit van de kamer opgesomd in dalende volgorde van de waarde.
Twee kolfjes met ketting van de rederijkerskamer De Wijngaartsranke uit Kapelle. Ze worden thans bewaard in de r.k.-kerk in Hansweert. Foto: Bram Le Clercq.
De eerste inventaris in het rekeningenboek van de rederijkers bevindt zich in de jaarrekening van 1640 en daar lezen we in de bovenste post van het Silverwerck: een zilvere gebroken colve.[4] Er is slechts 1 colve en die is nog gebroken ook. In 1641 staat bij de ontvangsten: Ontfangen over de drooge Colven van Cornelis Rompel [scan 167]. De betekenis is niet duidelijk, maar het lijkt niet te gaan over een kolfje. Misschien wordt de groote colve bedoeld, de laatste colve van het seizoen. Bij de uitgaven in 1641 lezen we bij de betaling aan de zilversmid dat er 5 pond is betaald voor onder andere t maken en vergulden vande Colve [scan 168]. De kapotte colve is dus hersteld en in de inventaris staat dan ook[scan 169]: Een zilver Colfken, met een ketenken, ende een blaeu lint. Dus een kolfje met een kettinkje en een blauw lint. De kleur blauw is niet vreemd, want in bepaalde perioden noemde de kamer zich De Blauwe Acolye.[5] Hoe dat lint bevestigd was, is niet geheel duidelijk. Moest ik in mijn artikel over de kolfjes van Arnemuiden[6] nog gissen naar het gebruik ervan, nu is daarover duidelijkheid.
De omschrijving van de colve met ketting en lint is tevens de meest uitgebreide, want in de resterende inventarissen in dit rekeningenboek worden de omschrijvingen steeds summierder. Uiteindelijk staat er steeds een zilveren colve. In inv.nr. 4 (1660-1760) lezen we in de aanwezige inventarissen meestal over een silver vergulde colve (met sijn keten) en vanaf folio 214 wordt de inventaris niet meer voluit geschreven, maar samenvattend geaccordeerd. In het laatste deel (inv.nr. 5, 1761-1793) wordt die aanpak voortgezet en worden alleen de aanvullingen nog separaat vermeld.
Aangezien het kolfje veel lijkt op de kolfstok van het balspel kolven is de gedachte dat de naamgeving ‘colve’ daaraan is ontleend, niet vreemd. De colve heeft echter niets te maken met dat balspel (WNT). Wat dan de oorsprong van deze naam is, is niet bekend en onderzoek daarnaar valt buiten het bestek van deze verhandeling.
Als drager van het kolfje en vooral als eindverantwoordelijke voor de gang van zaken tijdens een colve moeten we ook aandacht besteden aan de kolfmeester, de prins der colven. De eerste benaming is eenduidig, de tweede kan verwarring veroorzaken met de prins van de kamer. Voor rederijkers bestond die verwarring niet getuige de volgende dichtregels uit de kaart van de rederijkerskamer ‘Passiebloem’ te ‘s-Hertogenbosch:
Maer laten de hootman, prinsen, dekens excelent,
Metten prince der colven ten tijde present (…)
We zien hier een opsomming van het kamerbestuur te beginnen met de hoofdman, ook wel de overdeken genoemd, daarna de prinsen [regerende en aankomende prins?], dekens met daarbij de prins der colven, met wie nadrukkelijk een ander persoon aangeduid wordt.[7]
Wat had een kolfmeester zo al te doen? De kamerleden kregen door de prins van de rederijkerskamer voorafgaand aan een bijeenkomst een aantal vragen met richtlijnen uitgereikt. De betreffende vragen moesten vervolgens met in achtneming van die regels in dichtvorm worden beantwoord. De kolfmeester regelde tijdens de vergadering het houden van de voordrachten. In het laatste gedeelte van een bijeenkomst volgden voordrachten in de vorm van kniegedichten. Een kniedicht houdt in dat het kamerlid een opdracht kreeg en daarover binnen een bepaalde tijd voor de vuist weg een gedicht moest schrijven of voordragen. Het lijkt een beetje op wat we tegenwoordig sneldichten noemen.
In Veere werden de leden verdeeld in drie colven die elk hun eigen kolfmeester kregen toegewezen. Wekelijks werden de kolfmeesters gewisseld, zodat er steeds anderen aan de beurt waren. Maar de kamer beschikte slechts over 1 zilveren kolfje. Was er een de baas en waren de anderen slechts assistenten? Er zou voor de laatsten gedacht kunnen worden aan een koperen kolfje zoals we kennen van Arnemuiden, maar daarover vind je niets in de inventaris van Veere. Zeker is in ieder geval dat in Veere het zilveren kolfje gedragen werd met een kettinkje en een blauw lint, waardoor de kolfmeester goed opviel te midden van al die rederijkers.
Jan van Loo, april 2026.
[1] Zie Elsbeth Blok-den Braber 2017, 110-111 voor een uitgebreide bespreking van de kolftijd te Veere.
[2] De Man 1917, 9 noot 2.
[3] Schotel 1864, 178.
[4] Zeeuws Archief (ZA), 2515 inv.nr. 3, 1590-1659 [scan 166]. Alle scans hebben dezelfde url als 166.
[5] Zie de pagina Veere van onze website.
[6] Zie hier.
[7] Hermans 1845, 63.
Via de nieuwsbrief van het KZGW blijft u altijd op de hoogte van de berichten van Rederijkers Zeeland. Ook zonder lid te zijn van het KZGW kunt u zich via deze link voor de nieuwsbrief inschrijven.