- Nieuws
- Collectie
- Publicaties
- Werkgroepen
- Jeugd
- Wetenschapsplatform
- KZGW
Terug naar Rederijkers in Zeeland
Zinspreuk: In minnen groeyende
Patroonheilige: H. Anna
Vroegste bronvermelding: 1480
Bron: Kesteloo, H.M., ‘De stadsrekeningen van Middelburg II, 1450-1499’, Archief (1881), p. 105
Laatst bekende bronvermelding: 1681 (1684)
Bron 01: Appollus-Lusthof, Ofte Beroep tot Bleiswijck, Vande Broeders van den Dubbelt Geelen Hoff-Bloem, onder ’t Woordt: Wijckt Ontrouw. (…) Tot Delft / Gedruckt by Cornelis Blommesteyn, (Ordinaris Drucker van de Maeght Rethorika) in de Kromstraetsteeg / in Door Druck Geleert, 1684, ff. A1- A[4].
Bron 02: Boheemen, F.C. van, en Th.C.J. van der Heijden, Met minnen versaemt. De Hollandse rederijkers vanaf de middeleeuwen tot het begin van de achttiende eeuw. Bronnen en bronnenstudies. Delft 1999, 354-355.
Blazoen: 1589
Geschiedenis:
1480
Kesteloo signaleert de oudste vermelding van de rederijkers in de stadsrekening van Middelburg: de loods, staande in damerie (de amerij), waarin de wagen van de rederijkers, de zogenaamde batementswagen, stond geparkeerd, werd overdekt gemaakt. Colijn, de koster van de Westmonsterkerk, werd door de stad betaald, omdat hij de wagen van de rederijkers had geverfd en gestoffeerd.
1484
Baljuw, Burgemeester, Schepenen en Raden (B.B.S.R.) verlenen een privilege aan de rederijkers van Middelburg op 9 januari 1483 ( = 9 januari 1484 n.s.).
1515
In dit jaar krijgen de rederijkers tweemaal wijn, omdat zij “staande spelen gespeeld hebben vóór het stadhuis”. Verder speelden zij op vastenavond, op de derde zondag in de vasten en op Onze Vrouwendag op het stadhuis. Bovendien was de Middelburgse kamer betrokken bij de inhuldiging van de 15-jarige Prins Karel van Oostenrijk (Karel V), daer groote geneuchte bedreven werd van Batement-spelen. Langs de route van Karel stonden twaalf tableaux vivants (stellagies) opgesteld met bijbelse voorstellingen.
1519
“In 1519 kregen ‘dien vander retherycke over den eersten prijs gheordonneert bij Burgemeesteren en schepenen van scoonst te viere ter blijder compste van ons ghenadighen heer den co[ninck] wt Spaengien”. De bezoeker was Karel V en de rederijkers hebben zijn bezoek aan de stad op de fraaiste manier gestalte gegeven.
1539
Opvoering van het zinnespel Den boom der schriftueren van VI personagien, ghespeelt tot Middelburch in Zeelant, den eersten Augusto in ’t jaer 1539. Het spel werd in 1550 op de index van verboden boeken geplaatst vanwege zijn reformatorische opvattingen.
1561
Op last van de magistraat van Middelburg werd de Middelburgse rederijkerskamer opgeschort voor de tijd van zes maanden (twee jaar eerder, in 1559, was er een plakkaat van de koning, die de activiteiten van alle rederijkerskamers verbood). Ze behielden echter de toelage van stadswege van vijf schellingen per maand mits ze de dienst in de Heilige Kerk bleven onderhouden.
1589-1648
Vanwege de slechte financiële situatie van de rederijkers moest de kamer aan de stad verpacht worden. Het Landrecht huisvestte het Landrecht erin tegen een vergoeding van £ 6 per jaar tot in 1648.
1621
Volgens Schotel mocht het spel, de tyranie der Spanjaerden en hare adherenten en hoe miraculeuselyk Godt deze landen van derzelver tyrannie heeft beschermd alleen binnenskamers op de gildekamer worden vertoond. Zeelands Chronyk Almanach heeft het over een spel dat De Franche Tyranny heet.
1640 / 1649 – 1662
Uit 1640 dateert een dichtbundel. In 1649 organiseert het rederijkersgilde zich: Samuel Bollaert, de factor van ‘Het Bloemken Jesse’, begint met het bijhouden van een prijsvragenboek, waarin opdrachten en gedichten van de Middelburgse rederijkerskamer Het Bloemken Jesse worden opgeschreven.
1676
1 februari 1676: de notulen van de stad vermelden een verbod aan de Rethorijkkamer van Middelburg om nog enige komedie of anderszins te spelen. Op 22 april krijgen ze echter toch toestemming van de magistraat voor het oprichten en houden van een loterij.
1681 Reden-hof
De Rethorykkamer was eigendom van de Middelburgse rederijkerskamer Het Bloemken Jesse tot het pand op 19 februari 1681 bij executie openbaar werd verkocht voor 401 pond Vlaams aan Cornelis Versluis, Anton Colyn, Cornelis Govaerts en Pieter van Goethem. Het gebouw werd dat jaar ingericht als herberg. De opeenvolgende eigenaren tot 1786 staan beschreven in Zeelands Cronijk Almanach. In 1786 waren de erven van de wijnkoopman Huibrecht Blommaert in bezit van het pand. Dertig jaar later, in 1816, werd de Reden-hof afgebroken.
1684
Laatste vermelding van Het Bloemken Jesse. Deze kamer werd uitgenodigd voor een wedstrijd met prijsvraag in Bleiswijk op 4 september. Middelburg is niet gegaan.
Download
Publicaties:
Bibliografie / Literatuur:
Archivalia:
ZB KLUIS 1143 C3 3.1, Meertens P.J., Collectie Meertens (eigendom KZGW)
Varia:
Repertorium rederijkerskamers DBNL:
Het Bloemken Jesse: BEKIJK BRONNEN OF GESCHIEDENIS
Personen:
Johan Boudaen Courten
Laatst bewerkt 23 april 2026