Terug naar Rederijkers in Zeeland
Naam onbekend
Zinspreuk: ?
Patroonheilige: Sint Jacob [= Jacobus de Meerdere, naamdag 25 juli]
Vroegste bronvermelding: 13 april 1611
Bron: Classis Zierikzee
Laatst bekende bronvermelding: 27 juli 1644
Bron: Classis Zierikzee

Sint Jacob, Albrecht Dürer 1516
Geschiedenis:
De activiteiten van de kamer van Renesse zijn grotendeels via de archieven van de classis Schouwen-Duiveland overgeleverd. Van 1611 tot 1644 blijkt de kamer actief zijn geweest. Ze had net als de kamer van Haamstede een octrooi ontvangen (evenals Haamstede in 1546?) van de ambachtsheer.
1608
De Staten vaardigden op 21 mei 1608 een ordonnantie uit voor de ambachtsheren van Haamstede, Renesse, Noordwelle, Burgh en Westland met de opdracht om paal en perk te stellen aan de ongeregeldheden als het opvoeren van ‘battementen’ met gelijktijdig een brief aan de baljuw van Zierikzee. Zie ook Haamstede 1608 en hieronder 27 februari 1636. Het is niet zeker of er in Renesse in dit jaar al sprake is van een rederijkerskamer.
1610-1611
Op 11 februari 1611 kreeg de kamer van Haamstede een boete van 20 pond opgelegd ‘omdat sij haer vervordert hebben openbaerlijck de gans te vreecken ende andere ongeregeltheeden te bedrieven’. Een jaar eerder, voorjaar 1610, had ambachtsheer Jacob van den Eynde (1575-1614) verboden met trommels enz. uit te trekken, maar de kamer had het verbod genegeerd en was naar Renesse getrokken, waar ook een kamer bestond. De baljuw van Zierikzee kwam daarom op 31 maart 1610 naar Haamstede om getuigen te horen, wat een jaar later leidde tot de strafmaat van 20 pond.
1611
De classis Schouwen-Duiveland schreef op 13 april 1611 aan de Zeeuwse synode met het verzoek de kamerspelen te laten verbieden. Men besloot tevens ‘zijne excellentie’ de ambachtsheer te verzoeken het octrooi dat aan de kamers van Renesse en Haamstede was verleend, te vernietigen. Op de vervolgdag van deze zitting, op 14 april 1611, geeft dominee Godefridus aan dat hij zich op advies van enkele particuliere raden niet zal richten tot zijne excellentie maar tot de gecommitteerde raden. Dit voornemen wordt goedgekeurd door de vergadering.
1631
- 26 februari – De dominees Godefried Udemans en Cornelis Hayman zullen de heer van Moermont benaderen, die ambachtsheer van Renesse is. Zij willen hem vragen zijn autoriteit in te zetten ten einde de rederijkersspelen een halt toe te roepen ‘die schynen daer wederom levendich te worden.’
- 30 april – De hiervoor genoemde dominees doen verslag over hun ontmoeting met de heer van Moermont. Hij beloofde naar vermogen te zullen handelen om de rederijkersspelen te weren. Maar iedereen op de vergadering was op de hoogte van het feit dat het ‘batementenspel’ (de toneelopvoeringen) gewoon zijn doorgegaan en men dus niets is opgeschoten (‘geen mitterde’). De dominees zullen de heer van Moermont bevragen wat hij heeft ondernomen en zo nodig willen ze contact opnemen met de edele heren van de gecommitteerde raden.
- 30 juli – De opdracht van de dominees Udemans en Hayman was nog steeds van kracht en er werd besloten de ambachtsheren van Renesse te bezoeken, te weten rentmeester Adriaan Hoffer en de heer van Moermont, met [opnieuw] het verzoek de ‘Rethoryck spelen die daer [Renesse] wederom beginnen levendich te werden’, te verbieden. Dominee Udemans was op dat moment in Den Bosch en dominee Mart Bruynvisch nam diens taak over.
- 29 oktober – Bruynvisch en Hayman brengen verslag uit. Zowel rentmeester Hoffer als de heer van Moermont hebben toegezegd zo snel als mogelijk naar vermogen te zullen handelen.
1632
- 25 februari – Aangezien de toezegging geen effect oplevert, besluit de classis dat de dominees Bruynvisch en Hayman opnieuw contact zullen opnemen met beide ambachtsheren van Renesse.
- 28 juli – Uit goed ingelichte bronnen blijkt dat de rederijkersactiviteiten in Renesse nog steeds niet gestopt zijn. De beide dominees zullen opnieuw contact opnemen met de ambachtsheren en om hun hulp vragen bij deze kwestie.
- 27 oktober – De beide dominees worden met dezelfde opdracht opnieuw op pad gestuurd. [Deze pagina is door waterschade nauwelijks leesbaar.].
Slot Moermond in 2007
1636
- 27 februari – Opnieuw zijn er ergernissen omtrent opvoeringen door de rederijkers. Daarom vraag dominee Wittewrongel aan de classis of dominee Udemans aan de heren Staten van Zeeland kan vragen om de ordonnantie van 21 mei 1608 te vernieuwen. Zie hierboven 1608. Die ordonnantie is inderdaad opnieuw uitgevaardigd, want op 29 juli 1637 (zie hieronder) wordt er dringend gevraagd om een afschrift van de ordonnantie.
- 30 april – Renesse wordt op 30 april 1636 genoemd naast Haamstede en Noordwelle als een plaats waarheen de Staten een brief stuurden in verband met hun plakkaat ’tegens de retorijck spelen en andere onheblyckheden’. De schouten van deze drie dorpen dienen op te treden tegen de overtreders. Er wordt een nieuwe brief opgesteld en gestuurd aan de secretaris van de Staten van Zeeland met het verzoek om deze nieuw opgestelde brief tegen ‘battementspelen’ aan alle schouten toe te sturen. Het is onduidelijk of deze drie schouten dan wel alle schouten uit het gebied van de classis van Zierikzee bedoeld worden. Wat wel duidelijk is: het gaat over rederijkers en hun activiteiten, maar nergens wordt duidelijk vermeld dat elk dorp een rederijkerskamer heeft. Van Renesse is het in ieder geval zeker.
1637
- 29 april – Tijdens de ‘Classis ordinaria’, zoals de bijeenkomsten worden genoemd, op 29 april 1637 te ‘Ouderkercke’ doet dominee Johannes Stamperius een voorstel uit naam van zijn kerk. Dat blijkt de kerk van Elkerzee te zijn waar Johannes Stamperius diende van 1617-1649. Er zijn namelijk klachten geuit in verband met de ontheiliging van de sabbat. Waar die ontheiliging uit bestaat, blijft ongewis. Het zou kunnen gaan om rederijkersactiviteiten, maar die worden hier niet genoemd. Volgens AI Le chat mistral * kwamen er op die dag paarden met hun ruiters uit verschillende plaatsen van het eiland naar Elkerzee, wat de zondagsrust verstoorde. Het zal gegaan zijn om wat nu bekend staat als de jaarlijkse straô op Schouwen-Duiveland. Tijdens de vergadering van de classis wordt besloten dat de dorpen Renesse, Haamstede, Burgh en Noordwelle gezamenlijk een brief sturen naar de gecommitteerde raden. Hoewel interessant lijkt het hier niet om rederijkersactiviteiten te gaan, maar om een eeuwenoude volkstraditie.
* AI Le chat mistral is Artificiële Intelligentie ontwikkeld door een Frans technisch bedrijf in Parijs.
- 29 juli – Dominee Bruynvisch of dominee Teellingius hebben als eerste taak om te zorgen dat er een kopie komt van de ordonnantie van de Staten van Zeeland, waarin staat dat het verboden is de dag des Heren te verstoren, spelen op te voeren tijdens Vastenavond evenals andere ongeregeldheden uit te halen. Dit geldt met name voor Renesse en Haamstede en omgeving.
1640
- 29 februari – De ambachtsheren hebben niet kunnen verhinderen dat er opnieuw kamerspelen zijn uitgevoerd. De classis in de persoon van dominee Mar. Teelingius zal de baljuw verzoeken de ‘onheylighe onreymichheden’ te doen stoppen.
- 25 april – Tijdens de zitting van 25 april 1640 gaat het over de ‘Camerspeelders by Renisse’. De baljuw van Zierikzee was weliswaar een juridische procedure gestart (‘in rechte genomen hebbende’), maar had de zaak verder op zijn beloop gelaten. De aanklacht bij de baljuw werd ingetrokken en er werd besloten om aan de ambachtsheer Adriaan Hoffer en vrouwe van Moermont te verzoeken om maatregelen te nemen en eventueel een procedure te starten.
- 25 juli – In de plaats van de absente dominee Van Heyst doet dominee Dobbelaer het verslag van Van Heyst. Rentmeester Hoffer en Vrouwe van Moermont hebben Joris van Gent ontboden en hem voorgehouden dat hij moest stoppen met spelen omdat hij anders uit het dorp gezet zou worden. Als hij dat beloofde zou het hele gezelschap gespaard blijven.
- 31 oktober – De spelers van de rederijkerskamer zijn opnieuw begonnen hun battementen (kluchten) op te voeren, ondanks het feit dat ze beloofd hadden zich rustig te houden. Die optredens moeten verhinderd worden en daarom zal dominee Dobbelario contact opnemen met de ambachtsheren en de ambachtsvrouw.
1642
De ambachtsheer was blijkbaar niet van zins iets te ondernemen, want op 8 januari 1642 verzocht de predikant van Renesse de classis om hulp ’te mogen hebben tot weeringe van de Rhetorykers ende vastelavond speelders’. Dominee Udemans nam het op zich om een brief te schrijven met het verzoek om zo snel mogelijk een plakkaat uit te vaardigen en te publiceren.
1644
Tijdens de classisvergadering op 27 juli is men ontstemd dat de ‘Retoryckers op haren patroons dach’ hun zot over straat hebben laten lopen. De patroon van de kamer is Sint Jacob en zijn naamdag is 25 juli. Het voorval heeft geleid tot ‘groote droefheyt ende ergernisse van de Vrouwe [van Moermont]. Er zal contact worden opgenomen met de baljuw van Zierikzee om hier paal en perk aan te stellen.
Bronnen
Bibliografie / Literatuur:
- P.J. Meertens, Letterkundig leven in Zeeland in de zestiende en de eerste helft der zeventiende eeuw. Amsterdam 1943, 118.
- Vos, P.D. de, ‘Rederijkerskamers op Schouwen en Duiveland’, Zierikzeesche Nieuwsbode, (19 oktober 1923), 5.
Archivalia:
- Notulen van de Edel Mogende Heeren Staaten van Zeeland (deel 24), 21 mei 1608, 32-33, 41-42. Online
- Zeeuws Archief (ZA), toegang 475 Verzameling P.D. de Vos, 13e-20e eeuw; inv.nr. 96: Uittreksels en afschriften van vonnissen uit de waarheidsboeken van Zierikzee, 1498-1811, (afschrift 18e eeuw),11 februari 1611 (scan 160). NB de vermelding van 31 maart 1610 is hierin niet aangetroffen.
————————-
ZA, toegang 5424: Nederlandse Hervormde Kerk, Classis Zierikzee 1587-1949, inv.nr. 1: Acta der classicale vergaderingen, classis Schouwen–Duiveland 1607-1634:
- 13 april 1611, p. 102, (scan 57, letter b); 14 april 1611, p. 104 (scan 58, punt 5).
- 26 februari 1631 p. 428 (scan 219); 30 april 1631, p. 433 (scan 221, letter h); 30 juli 1631, p. 440 (scan 225); 29 oktober 1631, p. 447 (scan 228, letter d).
- 25 februari 1632, p. 451 (scan 230, letter c); 28 juli 1632, p. 462 (scan 234, letter b); 27 oktober 1632, p. 470 (scan 238, letter c).
————————-
ZA, toegang 5424: Nederlandse Hervormde Kerk, Classis Zierikzee 1587-1949, inv.nr. 2: Acta der classicale vergaderingen, classis Schouwen–Duiveland 1635-1662:
- 27 februari 1636, f. 12r. (scan 15, letter u); 30 april 1636, f. 14v (scan 18, letter p).
- 29 april 1637, f. 28r (scan 31); 29 juli 1637, p. 70 (scan 39).
- 29 februari 1640, p. 146 (scan 77); 25 april 1640, p. 152 (scan 80); 25 juli 1640, p. 158 (scan 83); 31 oktober 1640, p. 180 (scan 94).
- 8 januari 1642, p. 221 (scan 114); 27 juli 1644, p. 300 (scan 154).
Varia:
Zie voor informatie over de Straô: https://www.zeeuwseankers.nl/verhaal/strao-op-schouwen..
Repertorium rederijkerskamers DBNL:
Renesse, naam onbekend: BEKIJK BRONNEN
Terug naar Rederijkers in Zeeland
Laatst bijgewerkt 7 juli 2025.